Het tijdschrift Bodem bestaat 20 jaar, maar hoe zit het met de ouderdom van datgene dat in elke aflevering bediscussieerd wordt: de bodem zelf? Heeft de bodem eigenlijk wel een leeftijd?

Als iets een leeftijd heeft moet er een begin zijn en een verandering. Nu weten we uit de bodemkunde dat bodems niet hetzelfde blijven maar zich continu ontwikkelen. Bodemkundigen gebruiken termen als verwering, uitspoeling, podzolisatie en lessivage om die ontwikkelingen aan te duiden. Tegen de wetten van de thermodynamica in, heeft de bodem de neiging steeds ingewikkelder te worden, dat wil zeggen er komt steeds meer structuur, een profiel.

Ecologen vertellen ons dat bodems veranderen met de vegetatie die erop groeit. Ze hebben het over pionierplanten, successie en climaxvegetatie. Bodemmicrobiologen wijzen op de veranderingen in de verhouding tussen bacteriën en schimmels en de associaties tussen schimmels en plantenwortels. Bodemzoölogen vertellen ons dat regenwormen plaats maken voor potwormen en dat microarthropoden toenemen in soortenrijkdom.

Bodemkundigen moeten veel geduld hebben want de processen in de bodem gaan erg langzaam. Van alle wetenschappers die zich met de bodem bezig houden hebben bodemkundigen het meeste geduld. Ook veel geduld hebben de vegetatiekundigen, want die bekijken de zaak over honderden jaren. Ecologen hebben minder geduld, maar het meest ongeduldig zijn de microbiologen. Bacteriën leven in een wereld van uren tot dagen en hebben geen geheugen dat jaren teruggaat.

De bodem van subtropische duinecosystemen in Australië kent een ontwikkeling die 400.000 jaar beslaat. Met name de vastlegging van fosfaat in verschillende chemische vormen verloopt extreem traag. Studies aan verlaten landbouwgronden in de Verenigde Staten en in China laten een ontwikkeling zien die na 400 tot 500 jaar een climaxsituatie bereikt, maar dat hoeft nog niet te betekenen dat de bodem zich niet verder ontwikkelt.

Dus we zien dat een bodem ooit begonnen is; daarna gaat ze ergens naar toe, maar ze neemt haar tijd. Het begin was als een geboorte: er daalde een laag vulkaanas neer, het landijs trok zich terug of er spoelde een laag sediment aan na een grote overstroming. De bodem was toen nog een baby. Daarna kregen we een laag korstmos, wat sprietjes, een enkel struikje. De bodem werd een jong meisje. Maar de verwering ging door, er kwam gelaagdheid in de bodem, allerlei materiaal verplaatste zich naar diepere lagen, de vegetatie bereikte een climax; de bodem werd een volwassen vrouw. Vanaf dat moment gingen de processen steeds langzamer, zo langzaam dat je haast geen veranderingen meer zag. Maar op den duur moest je constateren: deze bodem is een oud wijf geworden.

Als je om je heen kijkt zie je bodems van allerlei leeftijden in het landschap liggen. Maar zeer oude bodems zijn zeldzaam, omdat wij de bodem niet met rust kunnen laten. Er is haast geen vierkante meter grond in Nederland waar niet een keer per jaar iemand zijn schep in steekt of een tegel op legt. Continu zijn we in de weer met het verplaatsen van grond. Zelfs bossen moeten gekapt worden en opnieuw aangeplant en anders branden ze wel af. Wij laten de bodem niet rustig oud worden.

Dus uiteindelijk is mijn conclusie: de doorsnee-bodem in Nederland is geen jonge meid maar ook geen oud wijf. Het is een vrouw van middelbare leeftijd, ze is van na de overgang en heeft Sara al gezien. Mag ze alstublieft rustig oud worden?

Facebook Comments