Zodra je een slak open maakt verbaas je je over de kleurenpracht. Het zenuwstelsel is knal oranje, deels rood, met her en der gele cellen, en het geheel hangt als een ring aan elkaar met witte strengen tussen de zenuwknopen.

Als je verder kijkt in de slak sta je helemaal perplex. Het dier zit vol met klieren en organen van het geslachtsapparaat. De meeste slakken van het zoete water en het land zijn hermafrodiet. Ze hebben zowel mannelijke als vrouwelijke onderdelen in één dier. De penis ligt als een grote knots dwars in de kop. De fel witte aanvoergang voor het sperma slingert zich er omheen. Daaronder ligt de prostaatklier die paars is. Het vrouwelijk systeem bestaat uit drie grote klieren die dooier en een geleiachtige substantie afzetten rond de eieren. Die klieren zijn oranje, rood en groen. Dan is er nog een orgaan waarin overtollig sperma van de partner wordt verteerd. Dat orgaan is een knalrood bolletje.

Ik was erg goed in het opereren van slakken. Tijdens mijn studie liep ik stage bij de afdeling dierkunde en deed onderzoek aan de poelslak, een beest dat je altijd ziet als je met een netje in de sloot schept. Ik was geïnteresseerd – en ben het nog steeds – in de vraag hoe dieren werken, hoe ze in elkaar zitten en hoe de enorme verscheidenheid aan dieren door evolutie ontstaan is.

Poelslakken zijn erg geschikt voor hersenonderzoek. Je kunt namelijk via een vrij eenvoudige operatie het zenuwstelsel bereiken en daar operaties aan doen, terwijl je het dier onder verdoving houdt en later weer bij laat komen. Onder de microscoop verschroeide ik met een fijne naald bepaalde groepen cellen om er achter te komen wat daarvan de functie was.

Terwijl ik de slakken aan het opereren was keek mijn begeleider, professor Joosse, met me mee. Ik vroeg hem: “Waarom zijn die slakken zo mooi van binnen? Er is niemand die het ziet. De slak zelf zeker niet. Het is ook niet voor zijn partner, want die doet alles op de tast. Ook de reiger die de slak opeet heeft er geen oog voor, want die slokt het beest op met schelp en al. Wat is het nut van die indrukwekkende kleurenpracht?”

Professor Joosse zei: “Dat heeft onze Lieve Heer speciaal voor ons gedaan, Nico. Alleen de biologen kunnen zich verwonderen over de schoonheid van de slak van binnen”.

Het voorval illustreert een principe dat in de evolutiebiologie bekend staat als de pareltheorie. Waarom maakt een pareloester van die mooie parels? Geen enkel dier kijkt er naar om en zeker de pareloester zelf niet. Miljoenen jaren later, toen de mens was ontstaan en hij toevallig een pareloester openmaakte, werden parels plotseling mooi en gewild. Het lag niet in de bedoeling van de oester om iets moois te maken. Het enige dat hij doet is parelmoer afzetten op een zandkorreltje of klein kreeftje dat tussen zijn lichaam en de schelp terecht komt. De schoonheid van de parel zit in ons hoofd, niet in de aard van de parel. Het is een onbedoeld neveneffect van het inkapselen van indringers.

Net als de parels zijn de kleuren in een slak een onbedoeld neveneffect van hun functie in het dier. Gaat het maken van spermavocht beter als er in de wand van de prostaat een pigment zit dat toevallig paars is? Vereist het maken van dooier dat de klier voorzien is van een stof die toevallig rood is? Dat zou allemaal zomaar kunnen.

Het argument van de pareltheorie is in een andere vorm ook bekend als de zwikken van de San Marco-kathedraal in Venetië, een beeld opgeroepen door de Amerikaanse biologen Stephen J. Gould en Richard C. Lewontin, in een beroemd artikel uit 1979. Zwikken zijn de driehoekige ruimtes tussen de basis van de koepel en de bogen die de pilaren verbinden waarop de koepel rust. Die ruimtes hebben geen bouwkundige functie; ze worden opgevuld met cement. Vaak worden er prachtige afbeeldingen op geschilderd en je zou bijna denken dat die zwikken daarvoor gemaakt zijn. Maar vraag de architect niet naar het nut van de zwik, want dat is er niet. Gould en Lewontin protesteerden met hun artikel tegen de neiging van evolutiebiologen om overal een aanpassing in te zien. Veel verschijnselen in de natuur zijn als de zwikken van de San Marco.

De schoonheid van de slak van binnen is iets exclusiefs. Te weten dat het totaal geen nut heeft, dat alleen een paar mensen het ooit gezien hebben, en dat ik daarbij hoor, dat maakt voor mij de binnenkant van een poelslak het mooiste dat ik ooit gezien heb.


Geplaatst in het boek “Dit is het mooiste ooit”

Facebook Comments