Bij de pubquiz in de Stelling op 19 april j.l., keek iedereen naar mij: in welk jaar werd de Faculteit der Aard- en Levenswetenschappen opgericht? Tja, ik heb dat echt bewust meegemaakt maar wanneer was het? De studenten waren teleurgesteld. Als zelfs het bestuur niet weet in welk jaar de faculteit die ze besturen is opgericht, waar blijven we dan, qua faculteit? Desondanks wonnen we als faculteitsbestuur de pubquiz met ruime cijfers. De studenten konden nog een puntje zuigen aan de parate kennis van oude knarren.

Wat ik nog wel weet over de fusie van Biologie en Aardwetenschappen is dat het niet zonder slag of stoot ging. De toenmalige decaan van Biologie zei tegen mij: “Vind jij ook niet, Nico, dat het kwaad kersen eten is met die aardwetenschappers?” Waarschijnlijk dachten de aardwetenschappers hetzelfde over de biologen. Dezelfde decaan heeft trouwens nog geprobeerd om een deel van de Scheikunde mee te krijgen in de nieuwe faculteit Aard- en Levenswetenschappen. Hij vroeg op een keer: “Met wie hebben jullie meer gezamenlijke projecten, met de chemici of met de geologen?” Met de chemici, moest ik in alle eerlijkheid toegeven. Maar het plan ging niet door. Met pek en veren ingesmeerd werd de decaan de FEW uitgejaagd.

Toch heeft de geschiedenis de betreffende decaan een beetje gelijk gegeven. We hebben nu een afdeling CMLS (Chemistry and Molecular Life Sciences) in oprichting, met groepen uit de voormalige Biologie en Scheikunde en – lo and behold – een afdeling EEE (Earth, Ecological and Environmental Sciences) met groepen van de voormalige Biologie en Aardwetenschappen. De biologie is in tweeën gescheurd, dat wel, en we hebben geen afdeling Biologie gekregen, waar ik indertijd een groot voorstander van was. De toenmalige decaan – een andere – wilde dat niet, wat volgens mij de oorzaak is van het feit dat onze bachelor-opleiding Biologie maar steeds niet wil exploderen in studentenaantallen (om het maar met een understatement uit te drukken).

De fusie tussen Aardwetenschappen en Biologie werd ook bemoeilijkt door de verschillende kroegculturen. De biologiekroeg was op woensdag en vrijdag open, de geologenkroeg op donderdag en de geologen hadden ander bier, van een discutabele soort. Bovendien hadden de geologen de gewoonte om op de avond van hun kroegopening de gang vol te bouwen met oude bankstellen van het Waterlooplein. Waar ze die allemaal vandaan haalden mag Joost weten, maar je kon er haast niet meer door komen, vooral toen ze nog in de B0-gang zaten. En er werd in die kroeg met pijltjes gegooid.

Maar wat bij mij het gevoel één faculteit te zijn sterk heeft vergroot is het beeld van Chris Tap. Deze Amsterdamse kunstenaar heeft in opdracht van de toenmalige decaan – weer een andere – een kunstwerk gemaakt dat hij gedoopt heeft “Latimeria”. Elke bioloog en aardwetenschapper weet wat daar mee bedoeld wordt. Het is gemaakt van een stuk steen vol met fossielen, een prachtige expressie van de eenheid tussen leven en aarde. Alleen lijkt het beeld helemaal niet op een coelocanth, hoewel het wel iets vissigs heeft. En het ding staat al jaren verstopt op een geologenkamer. Misschien moet de nieuwe Bètafaculteit ook beginnen met een kunstwerk. Een mooie bronzen Popper of zoiets, op te stellen in M0 zolang het gebouw er nog staat. Of misschien vijf identieke beelden, te verdelen over de gebouwen waar de faculteit straks in is gehuisvest.

De geschiedenis van FALW leert ons dat het op termijn goed komt met een fusie tussen faculteiten, ook al is het begin moeilijk. Ook het begin van FALW is voor mij in nevelen gehuld, helemaal in lijn trouwens met andere origins. Maar “don’t look back” zei een Amerikaanse Nobelprijswinnaar al eens.

 

Voor de facultaire nieuwsbrief, ter gelegenheid van de fusie tussen FALW en FEW, 1 juli 2017

Facebook Comments