Het is altijd maar weer afwachten hoe je boodschap overkomt bij een interview voor de televisie. Het is een uitdaging om in heldere bewoordingen weer te geven waar het om draait. De televisiemakers willen het altijd eenvoudiger maken dan jij gedacht had. Maar het is goed voor wetenschappers om die uitdaging aan te gaan want als je niet aan het grote publiek kunt uitleggen wat je op de universiteit doet ben ben je niet goed bezig en bovendien, het grote publiek is lang niet zo dom als de televisiemakers denken en vaak oprecht geïnteresseerd in wetenschap.

Kortom, toen ik de vraag kreeg om een interview te geven voor het programma “Van DNA tot Z” stemde ik daar snel in toe. Het is een beetje dwars programma, luchtig en jong van toon, waarin ingegaan wordt op de rol van DNA in het dagelijks leven. Ze waren bij mij uitgekomen omdat ik lid ben van een commissie die de risico’s van genetisch gemodificeerde gewassen beoordeelt. Een bedrijf dat zo’n gewas wil telen in Europa moet een vergunning aanvragen en de risico’s in beeld brengen. Onze commissie wikt en weegt dat allemaal en adviseert vervolgens de minister. Maar er komen de laatste jaren geen vergunningaanvragen meer voor teelt omdat de biotech-industrie er geen gat meer in ziet. De consument wil zulke producten niet; er is haast geen markt meer voor.

In Nederland zelf worden daarom geen genetisch gemodificeerde gewassen geteeld. Het werk van mijn commissie gaat vooral over de import van gewassen uit landen waar de teelt wel is toegestaan, bijvoorbeeld de Verenigde Staten, Argentinië en Brazilië. Het gaat dan om korrels, zaden en bonen van planten zoals  maïs, soja, koolzaad en katoen. Die worden hier gebruikt om veevoer van te maken. Ook worden er oliën en vetten uit gewonnen die verwerkt worden in allerlei voedingsmiddelen zoals margarine, slaolie en mayonaise. De olie zelf is precies hetzelfde als de olie uit niet-gemodificeerde zaden, maar er kunnen resten van het genetisch veranderde materiaal in het product achterblijven. Als dat zo is moet het op het etiket staan.

Van DNA tot Z-presentator Ajouad El Milouli was naar de VU gekomen met een fles slaolie en een pot mayonaise die hij in de supermarkt had gevonden en waar op stond vermeld dat het gemaakt was met genetisch gemodificeerde soja.

“Wat zijn er nu voor risico’s aan de import van genetisch gemodificeerde sojabonen” vroeg Alouad. Ik zei: “Wij beoordelen de kans dat er iets gebeurt als er zaad van zo’n plant gemorst wordt. Bij de overslag van grote hoeveelheden sojabonen komt er altijd wel iets naast de transportband of de vrachtwagen terecht. Dan bekijken we of dat een probleem kan opleveren. Kan er uit dat zaad bijvoorbeeld een plant groeien? En kan op deze manier een wilde populatie soja zich in Nederland vestigen? Of nog erger: kunnen we te maken krijgen met een woeker-soja die de hele wegberm overneemt en andere planten gaat verdringen? Wat we ook niet willen is dat de genetische modificatie uit een opslagplant overspingt naar een andere plantensoort.”

Maar voor soja is het makkelijk. Soja is een tropische plant die in Nederland niet voorkomt en hij kan ook niet kruisen met Nederlandse soorten. Nog nooit hebben we wilde sojaplanten in Nederland gezien en het is onmogelijk dat de ingebrachte genetische modificatie de sojaplant laat woekeren. Daarom hebben we de import beoordeeld als veilig en hebben we de minister geadviseerd het toe te staan.

Dat was mijn verhaal, van A tot Z. Ajouad vond het geloof ik niet zo spannend, want daarna ging hij leuke proefjes doen in een lab. Maar ja, de boodschap van een wetenschapper is niet altijd even spannend.

Facebook Comments