Niemand met een beetje liefde voor de natuur kan het vorige week ontgaan zijn: onderzoekers van Radboud Universiteit Nijmegen rapporteerden dat meer dan driekwart van de totale biomassa van vliegende insecten in de afgelopen 25 jaar verloren is gegaan. Het is een drama, dat biologen al langer zien gebeuren, maar nu goed gedocumenteerd is in een wetenschappelijk tijdschrift. Het onderzoek is gedaan in 63 natuurgebieden in Duitsland maar in Nederland is waarschijnlijk hetzelfde aan de hand. Wat vooral opvalt is dat niemand, ook de Nijmeegse ecologen zelf niet, er een duidelijke verklaring voor heeft.

Als er iets mis is met insecten valt de verdenking al snel op de moderne bestrijdingsmiddelen, de zogenaamde neonicotinoïden. Het is een gewoonte geworden, ook onder biologen, om de landbouw de schuld te geven van alles wat er mis is in de natuur. Maar in het geval van de Nijmeegse studie is er geen enkel bewijs dat bestrijdingsmiddelen een rol spelen. Het gaat niet om bijen die foerageren op akkers, maar om muggen, vliegen en motjes in natuurgebieden, die de grootste massa van de gevangen insecten uitmaken.

Wat me opvalt is dat niemand schijnt te beseffen dat het heel goed mogelijk is dat we hier gewoon zitten te kijken naar een natuurlijk proces. Veel mensen denken dat de natuur altijd mooi in evenwicht is, maar dat is juist niet zo. De aantallen van bijna alle dieren, en zeker van insecten, gaan wild op en neer, afhankelijk van het weer, de uitbraak van ziektes en de opkomst van concurrenten of roofdieren.

Kijk bijvoorbeeld naar de konijnen in Nederland. Die hebben zwaar te lijden onder myxomatose, een dodelijke virusziekte. In 1952 heeft dit virus bijna alle Europese konijnen uitgeroeid. De weinige die overleefden waren resistent waardoor de populatie uiteindelijk weer toenam. De tweede en de derde epidemie waren een stuk minder desastreus, maar gaven nog altijd 50% sterfte. Het is een voortdurende strijd, een evolutionaire wapenwedloop, tussen het konijn en het virus.

Kan er zoiets aan de hand zijn met de insecten in onze natuurgebieden? Mijn gok is dat het te maken heeft met de uitbreiding van schimmels. Er zijn verschillende schimmelsoorten die dodelijk zijn voor insecten. Men noemt ze entomopathogenen. Sommige van deze schimmels worden zelfs gebruikt in de biologische plaagbestrijding. Verder zijn er ook allerlei bacteriën die giftige stoffen maken waar insecten erg gevoelig voor zijn. En insecten hebben ook last van virussen.

Schimmels doen het goed de laatste tijd. De klimaatverandering, met al die nattigheid en geen strenge vorst meer in de winter, werkt schimmelgroei in de hand. Ik zie ook steeds meer paddenstoelen; deze herfst is volgens mij een topjaar. Tegelijkertijd nemen ziekteverwekkende schimmels ook toe, denk aan de essentakziekte die veroorzaakt wordt door een Aziatische schimmel. Schimmels worden bovendien verantwoordelijk gehouden voor de wereldwijde achteruitgang van amfibieën (salamanders, kikkers en padden). Als de schimmels in zijn algemeenheid uitbreiden zullen ook de entomopathogene schimmels toenemen.

Schimmelinfecties zijn vooral gevaarlijk voor insecten die een larvestadium in de bodem hebben. De bodem herbergt een enorme rijkdom aan microben, waarvan vele nuttig, maar sommige ronduit kwaadaardig zijn. Ik weet dat, omdat we op mijn afdeling van de VU onderzoek doen naar de microbiële gemeenschap van ongewervelde dieren. Opvallend is dat de permanent in de bodem levende insecten die wij onderzoeken, juist heel tolerant zijn tegen ziekteverwekkers, omdat ze beschikken over een uitgebreid arsenaal aan verdedigende stoffen.

Ongetwijfeld zijn er meerdere factoren die de achteruitgang van insecten veroorzaken, zoals de verruiging van bermen en akkerranden, de grootschalige betegeling en asfaltering van de bodem en het verlies van variatie in het landschap. Maar ik vind dat we onze ogen ook open moeten houden voor factoren die misschien niet zo goed scoren in de media, maar wel biologisch belangrijk kunnen zijn.

Facebook Comments