Jurre Geluk en Kaj van der Ree, proefkonijnen van BNNVARA, kwamen naar me toe om me een “bezopen” vraag te stellen: “Hoe ziet de mens eruit over 100.000 jaar?” Zo bezopen vond ik de vraag eigenlijk niet, want hij wordt vaak gesteld en nog sterker, ik heb er een heel boek over geschreven: “Evolueert de mens nog?” Maar toch, om er voor de televisiecamera een helder en duidelijk antwoord op te geven is nog niet zo gemakkelijk.

Eén van de manieren om het uiterlijk van de mens in de toekomst te voorspellen is te kijken naar wat er in het verleden is gebeurd en dat nog een tijdje door te trekken. Als je teruggaat in de historie en je kijkt naar de evolutie van onze voorouders vanaf de eerste soort die we Homo (mens) noemen, ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden, dan zie je een aantal duidelijke trends: de hersenen worden steeds groter, het aangezicht wordt steeds platter, de vooruitstekende snuit verdwijnt, de achterste kies (de verstandskies) komt steeds meer in de knel. Zo zijn er nog een flink aantal andere veranderingen aan de schedel en het skelet die geleidelijk maar duidelijk in één richting bewegen. Het is goed te illustreren als je de fossiele schedels die in de loop van de tijd gevonden zijn, op een tijdslijn achter elkaar legt. Ik had alle schedels uit onze collectie op een grote tafel uitgestald om de proefkonijnen te overtuigen.

Om het evolutieprincipe uit te leggen maakte ik een vergelijking met een voetbalteam: om de wedstrijd te winnen moet je de beste spelers inzetten. Als een speler niet optimaal functioneert haal je hem uit de selectie en je vervangt hem door een andere. Natuurlijke selectie, de drijvende kracht achter evolutie is net zo iets als de selectie van de beste spelers in een elftal.

Zo redeneerde ik dat de mens van de toekomst nog grotere hersenen zal hebben, een nog platter gezicht en helemaal geen verstandskies meer. En je kunt ook nog voorspellingen doen over lichaamslengte, het verschil tussen mannen en vrouwen en zelfs de grootte van de penis. Bij elkaar kun je de mens van de toekomst uittekenen door in de huidige mensen het een en ander te veranderen, uit te vergroten of te verkleinen.

Al filosoferend met de proefkonijnen moest ik ook de zwakke punten in de redenering toegeven. Als het hersenvolume door evolutie steeds groter is geworden dan moet het een voordeel gehad hebben. Het is niet zo moeilijk in te zien dat toename van cognitieve vermogens de mens in het verleden geweldig heeft geholpen. Maar het is natuurlijk de vraag of dat voordeel ook voor de toekomst geldt. Veel mensen zijn van mening dat de huidige maatschappij zoveel anders is dan in het verleden, met alle geneesmiddelen en technische hulpmiddelen die we hebben, dat de selectiekrachten die ons gemaakt hebben zoals we nu zijn, in de huidige maatschappij niet meer opgaan. Zijn we losgeslagen van onze evolutie? Niet helemaal zou ik zeggen. In “Evolueren wij nog?” laten we met talloze voorbeelden zien dat er nog steeds evolutie is, nu, en waarschijnlijk ook in de toekomst. En op een tijdslijn van 2,5 miljoen is 100.000 niet zo veel. Economen doen niet veel anders dan trends doortrekken en daar worden hele landsbegrotingen op gebouwd.

Het was erg lollig om dit allemaal te bediscussiëren met een stel jonge mensen die zo gevat zijn als de proefkonijnen. Als wetenschapper sta je er toch een beetje onhandig bij, maar goed, die rol heb je nu eenmaal. Nadat we alles op camera hadden vastgelegd gingen de jongens naar de grimeur om zich te laten transformeren tot mensen van de toekomst. U kunt het resultaat van de bezopen vraag een van de komende weken bewonderen in het programma van BNNVARA op maandagavond.

 

Facebook Comments