Bij de introductie van vorige week liep de hele campus weer vol met studenten. Allemaal jonge mensen gekleed op allerlei manieren, bedekt en bloot door elkaar, het was een kleurrijk gezicht in het augustuszonnetje. Ik kon er amper doorheen komen met de fiets, zo vol was het.

Ik had een kleine rol te spelen bij de voorlichting van de studievereniging voor biomedische wetenschappen en biologie. Als de organisatoren van de introductie zoiets vragen kan ik niet weigeren, want het zijn allemaal studenten die van mij ook college gehad hebben en weten dat ik altijd wel in ben voor een of andere gekkigheid.

Dit keer ging het om een kennismaking met een paar opvallende onderwerpen in de faculteit waar de jongelui in het eerste jaar mee te maken krijgen. De organisatie had bedacht dat het geheel zich moest afspelen in Artis en ze hadden her en der wat docenten neergepoot waar de studenten dan in groepjes langs trokken. Ik wilde bij de apen zitten, zodat ik mijn verhaal met onze voorouders kon beginnen, maar dat was wat lastig. Ik kreeg een plek onder een grote boom zodat ik met de groepen die langskwamen in de schaduw in het gras kon zitten.

Zo’n college “ad herbam” (in het gras) doet weer een heel ander beroep op je didactische gaven. Normaal gesproken sta je voor het bord, je schrijft het een en ander op (de studenten schrijven dat dan automatisch over, een soort reflex), je projecteert plaatjes en tekst op een groot scherm, eventueel met filmpjes erbij en vooral: je vertelt heel veel. Afhankelijk van de zaal is er een redelijke afstand tussen jou en de eerste rij studenten, want er staat meestal een tafel of lessenaar tussen, net als in een voetbalstadion waar het publiek en de spelers op de grasmat gescheiden zijn door een gracht. Ik las in de krant dat voetbalclub AZ in navolging van Ajax die gracht wil dichtgooien en de tribune door wil laten lopen tot dicht bij het veld. Het zal wel niet mogen vanwege de veiligheid, maar ik begrijp dat ze het willen. Een stadion zonder gracht brengt het publiek dichter bij de spelers. Als publiek wil je de spelers niet alleen zien maar ook horen en ruiken en je wilt de kluiten om je oren voelen suizen als ze dichtbij je in de buurt een sliding maken. Zo beleef je het voetbal. Hetzelfde geldt voor popconcerten. Als de muzikant direct vanaf het podium een duik in het publiek kan maken draagt dat sterk bij aan de band tussen artiest en publiek.

Op dezelfde manier werd ik geïnspireerd door de nabijheid van de studenten die in een halve cirkel om me heen zaten onder de boom in het gras van Artis. Ik rook het gras, ik rook de studenten. Het zonnetje scheen door de bladeren en de vogels in de volière aan de overkant krijsten keihard bij elke nieuwe zin die ik begon. Af en toe bleven er een paar Artisbezoekers staan om te zien wat daar allemaal gebeurde. De sfeer was zo goed dat ik met plezier vijf keer hetzelfde verhaaltje hield en er nog geen genoeg van had.

Dit moeten we altijd doen, dacht ik na afloop. Geen krijtje om formules op het bord te schrijven, geen laserpointer om dingen aan te wijzen op een dia, geen bestraffende opmerkingen als ze achterin de zaal zitten te klooien, gewoon ontspannen zitten in het gras, even luisteren zonder aantekeningen te maken; wat belangrijk is onthoud je wel en wat interessant is, daar wil je over discussiëren. Evolueert de mens nog? Of het nu door de bijzondere omgeving kwam, of door het feit dat ik het nog nooit zo had gedaan of door de onbevangen, intens geïnteresseerde eerstejaars studenten, een college ad herbam was voor mij een openbaring. Weg met die gracht!

Facebook Comments