Alles dat naar de Filistijnen gaat komt terug in stukken en brokken, of in ieder geval zo kapot dat er niets meer aan te doen is. De Filistijnen stonden bekend als een nogal agressief en gewelddadig volk waar de Israëlieten in het Oude Testament het vaak mee aan de stok hadden. De Filistijnen leefden van ongeveer 2000 tot 600 voor Christus in een gebied dat min of meer overeenkomt met de huidige Gazastrook en het zuiden van Israel. Ze hadden een heel eigen cultuur, verschillend van de Joden en de Arabische volkeren en daarom hebben de archeologen altijd gedacht dat ze van elders afkomstig waren. En dat is nu bewezen met oud DNA uit menselijke resten opgegraven in Ashkelon, een oude stad in het zuiden van Israël, dichtbij de grens met Gaza.

Een internationaal team onder leiding van een Israëlische archeoloog heeft DNA weten te halen uit een aantal skeletten van Askhelon, uit de bronstijd en de ijzertijd, en dat vergeleken met oud DNA van andere plaatsen in het Midden-Oosten, Iran, Armenië, Turkije en Zuid-Europa. Het werk, gepubliceerd in het tijdschrift Science Advances van 3 juli is een prachtige demonstratie van wat je allemaal kunt met modern DNA-onderzoek en het laat ook zien hoe de archeologie, die zich traditioneel baseert op aardewerk en restanten van bewoning, haar inzichten kan verrijken door samenwerking met biologen.

Ik ken maar één Filistijn bij naam, de reus Goliat. Hij werd op de Israëlieten afgestuurd om ze in de pan te hakken, maar de slimme David wist met zijn slinger een steen zo hard in het voorhoofd van Goliat te werpen dat die omviel, waarna David hem met zijn eigen zwaard onthoofdde. Deze passage uit het Oude Testament illustreert bij uitstek de vijandigheid tussen de twee volkeren. En we kennen ook het verhaal van Samson, de sterke en onoverwinnelijke Israëliet, die echter aan Delila het geheim van zijn kracht verklapte, waarna de vrouw zijn haar eraf schoor, Samson weerloos werd en Delila hem uitleverde aan de Filistijnen. Over dit drama zijn talloze schilderijen, boeken en films gemaakt; zelfs een nummer van de Grateful Dead, de legendarische rockband uit begin jaren zeventig, die net als alle jongens in die tijd hun haar lieten groeien als Samson, is gewijd aan het verraad van Delila.

Of de Filistijnse skeletten die het onderzoeksteam uit Israël nu bekeken heeft afkomstig zijn van een in de Bijbel beschreven persoon valt niet te zeggen natuurlijk, maar er is wel iets bijzonders mee aan de hand. Het oude materiaal uit de late bronstijd, van 1700 voor Christus, lijkt sprekend op het DNA van mensen uit de regio, zoals Libanon en Turkije, maar de latere DNA-monsters, uit de vroege ijzertijd, vanaf 1300 voor Christus, lijken meer op die van mensen uit Zuid-Europa dan op volkeren uit het Midden-Oosten. Dat suggereert dat het Filistijnse volk niet afkomstig was uit het Midden-Oosten maar uit Griekenland of Kreta. Het was een zeevolk dat met schepen de Middellandse zee op ging en landde op de kust van Israël. De vijandige houding met de Israëlieten is te verklaren vanuit hun nogal verschillende etnische oorsprong. In later skeletmateriaal, uit het einde van de ijzertijd, na 1000 jaar voor Christus, is het Europese DNA trouwens niet meer terug te vinden, waarschijnlijk door genetische menging met Assyriërs, Joden en Arabische volkeren.

DNA-onderzoek aan historische resten van mensen laat zien dat migraties en volksverhuizingen van alle tijden zijn. Het DNA van vroegere mensen is vaak verschillend van dat van de mensen die nu op dezelfde plaats wonen. Dat de Filistijnen eigenlijk Europeanen zijn was voor mij een verrassing. Maar het meest fascinerend vond ik nog dat je met modern DNA-onderzoek nieuw licht kunt werpen op de bekende Bijbelverhalen.

Facebook Comments