Wandelend door de Alkmaarderhout dacht ik op de bosbodem lelietjes van dalen te zien, maar Johan Bos, actievoerder van “Red de Hout” corrigeerde me: het is daslook. Even een blaadje tussen je vingers wrijven en je weet het zeker. Wat een uienlucht!

De wetenschappelijke naam voor daslook is Allium ursinus, wat letterlijk berenui betekent. Ook in het Engels, Frans en Duits wordt hij zo genoemd, maar om de een of andere reden geven we in het Nederlands, misschien bij gebrek aan beren, de voorkeur aan de das. Of dassen werkelijk van daslook houden en of ze zich realiseren dat dit mooie plantje naar hen is genoemd, is me niet bekend.

Ik dacht eigenlijk dat daslook een vrij zeldzame plant was, alleen goed bekend bij biologen die regelmatig naar Zuid-Limburg gaan. Daslook stond in 2012 nog op de rode lijst van FLORON, de natuurorganisatie die al het onderzoek naar de verspreiding van wilde planten in Nederland coördineert. Maar de laatste tijd is hij minder zeldzaam geworden en op veel plaatsen te zien, onder andere in oude stadsparken met een goed ontwikkelde oude bodem, zoals de Alkmaarderhout. Als hij straks bloeit zie je een fantastisch wit tapijt op de bosbodem.

Daslook behoort tot de groep van de stinsenplanten, dat wil zeggen planten die vroeger rond kastelen en herenhuizen als sierplant gebruikt werden en later verwilderd zijn. Er zitten veel bolgewassen bij, maar ook kruiden en zelfs heesters. Het is in biologische zin geen homogene groep, een beetje een ratjetoe aan plantensoorten die gemeenschappelijk hebben dat ze het goed doen in half-natuurlijke, door de mens beïnvloede omgevingen zoals vestingwallen, dijken en parken. Veel stinsenplanten hebben een medicinale werking, want dat was de reden dat ze vroeger aangeplant werden, en ze bloeien vaak in het voorjaar, als de bomen nog kaal zijn en de zon doordringt tot op de bodem.

Maar ondanks de prachtige ondergroei van de Akmaarderhout, met niet alleen daslook, maar ook vingerhelmbloem en holwortel, met vele oude bomen en een historie die teruggaat tot 1607, is de gemeente Alkmaar van plan om een stuk van het bos te kappen voor de verbouwing van het ziekenhuis. Het is overal in Nederland hetzelfde: natuur moet wijken voor bebouwing, asfalt of beton. Het gaat maar één kant op. Nooit hoor je dat er een industrieterrein, woonwijk of snelweg wordt afgebroken en teruggeven aan de natuur. Het is alleen maar minder weiland, minder open landschap, minder bos en minder natuur, overal in Nederland en vooral in het westen.

Eigenlijk zou je een rode lijn willen zetten op de kaart zodanig dat er aan de ene kant huizen, industrieterreinen, parkeerplaatsen, snelwegen of wat dan ook, hun kans krijgen, terwijl aan de andere kant van de rode streep de natuur en het landschap met rust gelaten worden. Tot hier en niet verder!

Het handhaven van zo’n rode lijn is extreem moeilijk. Overal waar dat is gedaan blijkt dat de lijn een paar jaar later toch weer is opgeschoven omdat er een woonwijk, een industrieterrein, een weg of een parkeerterrein aangelegd moest worden. Het is namelijk veel gemakkelijker om de open ruimte te gebruiken, of een stuk bos te kappen, of een weiland vol te bouwen, dan de oplossing te zoeken binnen de bebouwde omgeving.

In sommige gevallen kunnen zeldzame of bijzondere planten, dieren die speciale bescherming genieten, of archeologisch waardevolle landschapselementen, helpen om de rode lijn te verdedigen. Dat kan bestuurders tot razernij brengen omdat ze hun plannen niet kunnen realiseren. Ik hoop dat de berenui van de Alkmaarderhout de gemeentebestuurders tot razernij zal brengen. Ze kunnen met uienlucht en bloeiende stinsenplanten tot rust komen in de Hout.

Facebook Comments