De Israëlische onderzoekers Gershoni en Pietrokovksi hadden vast niet bevroed hoe actueel het artikel dat ze kort geleden publiceerden in het tijdschrift BMC Biology zou zijn in de zomer van Nederland. Ze hadden een studie gemaakt van de verschillen tussen mannen en vrouwen, maar niet de traditionele verschillen in gedrag, maar de biologische werking van de verschillende organen, zoals de lever, de nieren en de hersenen. Iedereen denkt dat een man anders in elkaar zit dan een vrouw, maar dat is niet zo. Mannen en vrouwen behoren tot dezelfde soort. Vrijwel alles wat een man heeft een vrouw ook. Zelfs sommige organen die specifiek mannelijk zijn zoals de balzak, hebben een pendant in de vrouw (de schaamlippen). Ook mannen hebben melkklieren in hun borsten maar die zijn niet zo groot, en vrouwen hebben een penis, alleen is die wat kleiner. In de eerste zes weken van de zwangerschap is het embryo nog geslachtsloos, het kan man of vrouw worden.

Dat man en vrouw vrijwel hetzelfde erfelijk materiaal hebben terwijl ze in sommige opzichten toch verschillend functioneren (anders komen er geen kinderen) veroorzaakt een biologisch probleem. Een deel van het erfelijk materiaal is uitgezet in het ene geslacht en is juist actief in het andere. Denk bijvoorbeeld aan de eiwitten die de staart van een spermacel laten bewegen. Zowel man als vrouw hebben die eiwitten gecodeerd in hun erfelijk materiaal, maar bij vrouwen zijn ze uitgezet. Omgekeerd hebben vrouwen veel genen die actief zijn in de borsten, die bij mannen uit staan.

Deze verschillen zijn medisch relevant want zulke geslachtsafhankelijke genen kunnen gemakkelijker mutaties oplopen en de oorzaak zijn van ziektes. Namelijk, het nadelig effect van een mutatie geldt maar voor één geslacht en is slechts waarneembaar in de helft van de bevolking. De evolutie is maar voor de helft werkzaam bij zulke genen. Daarom krijg je eerder ziektes in eigenschappen die tussen mannen en vrouwen verschillen, dan in eigenschappen die beide geslachten in dezelfde mate hebben.

Maar voor welke organen gelden die verschillen? Uit het onderzoek van de Israëliërs blijken dat mannen en vrouwen verschillen in (in volgorde): skeletspieren, onderhuids vetweefsel, de huid, een hersenkern die te maken heeft met pijnbeleving en het hart. In het bloed is totaal geen verschil te zien. Ik vond dat onverwacht. Spierweefsel als eerste verschil tussen mannen en vrouwen? En vetweefsel? Je zou verwachten dat de verschillen tussen mannen en vrouwen vooral zitten in de hersenen. Vrouwen houden van winkelen, met elkaar praten, en niet van techniek of avontuurlijke reizen, wordt ons verteld. Maar dat is dus niet zo. Uit het onderzoek blijkt juist dat elf verschillende hersenkernen behoren tot de organen die het minst verschillen tussen mannen en vrouwen.

Dus als u iemand tegen komt van het andere geslacht, weet dan dat die ander niet van een andere planeet afkomstig is maar eigenlijk vrijwel hetzelfde is als uzelf. De ander verschilt vooral in de spieren, in het vetweefsel de huid en het hart. En misschien een klein beetje in de hersenen. Laten we het beetje verschil dat er is tussen de geslachten waarderen en elkaar kameraden noemen, een mooie genderneutrale term.

Facebook Comments