Ik mocht vorige week een hele dag in de zandbak stoeien. Wat heb ik daar vroeger veel in gespeeld! Wij hadden achter het huis een grote met bakstenen gemetselde zandbak waar altijd kinderen in zaten. Grachten graven, een emmertje water erbij, taartjes bakken en die op de rand leggen, uren was je er mee bezig. En nu, vele jaren later, mocht ik het nog eens overdoen, binnen de muren van een conferentiecentrum tussen heide en bos bij Garderen. Alleen heet het tegenwoordig geen zandbak maar sandpit, geheel volgens de mode om elk woord dat uit Engeland of de Verenigde Staten overwaait onvertaald te laten, ook al hebben we er een Nederlands woord voor, omdat dat dat nu eenmaal veel interessanter klinkt. Een bedrijf dat sandpits organiseert is iets, een bedrijf dat zandbakken levert wordt niet serieus genomen.

Een zandbak is een moderne versie van een werkplaats, een hersenwaai of een netwerkbijeenkomst. Je wilt iets bereiken, je roept een groep mensen bij elkaar, die noem je participants, inclusief mensen met verschillende belangen; die noem je stakeholders. Dan heb je intensieve dialoogsessies, die noem je dialogues en je zorgt ervoor dat alle ideeën een plek krijgen, dat noem je co-creation of mindmapping. Je stuurt de deelnemers naar buiten voor een wandeling op de hei, dat noem je een dip-out en dan doe je nog iets met een integrator en een facilitator en je zet er flink veel doorbraken (breakthroughs) in, en hoepla, je hebt een baanbrekend nieuw scheerapparaat, een nieuw businessplan voor een bedrijf, of, in mijn geval een schets voor een nieuw landelijk onderzoeksprogramma om de transitie naar een duurzame voedselketen te faciliteren.

U begrijpt dat ik met enige argwaan naar deze bijeenkomst afreisde en alsof de duvel er mee speelde was het openbaar vervoer naar Garderen zowel via Amersfoort als via Utrecht geblokkeerd. Maar ik vatte dit op als een uitdaging die de organisatie van de zandbak speciaal voor mij had neergelegd dus ik sloeg me er doorheen met de doorzettingsdrift van een kleuter in een zandkasteel. Mijn collega’s hadden al tweeëneenhalve dag gewerkt in co-creatieve dialoogsessies en nu was de vraag wat een commissie, waarvan ik de voorzitter was, daar nu van ging vinden.

De vrouwen en mannen hadden hard gewerkt, er was zweet aan te pas gekomen, misschien ook wel tranen. Na drie dagen intensief met elkaar optrekken word je moe en met een pilsje erbij komen aan de bar dan de verhalen tevoorschijn die je collega al jaren onder de pet gehouden had.

Maar goed, toen ik het slagveld in het heidehotel betrad (overal papieren overslagborden, pardon, flip-overs, met memovelletjes erop geplakt) vond ik het resultaat eigenlijk verrassend goed en origineel. Ik had dat als evolutiebioloog ook moeten verwachten want ik weet dat ingewikkelde problemen sneller opgelost worden als je de mensen in groepen bij elkaar zet dan wanneer je ze alleen laat werken. Daar is veel onderzoek aan gedaan, bijvoorbeeld in ontsnappingskamers. In de evolutie van de mens is groepsvorming waarschijnlijk erg belangrijk geweest als bescherming tegen roofdieren. Een mens alleen op de savanne is kansloos tegen een hongerige sabeltandkat; alleen in een groep overleef je. Die sterke groepsoriëntatie is onze kracht en die buit je uit bij het oplossen van problemen. Van een pilaarheilige of een heremiet zijn geen innovaties te verwachten.

Dus mocht u in de komende jaren vernemen dat een groep wetenschappers een baanbrekende nieuwe aanpak heeft uitgestippeld om ons voedsel op een andere manier te gaan produceren, een systeem dat duurzaam is zonder de bijkomende nadelen van overproductie en dierenleed, dan weet u dat het begonnen is tijdens het spelen in de zandbak in Garderen, een bijeenkomst die de almachtige NS niet heeft kunnen verhinderen, een bijeenkomst die het begin was van een transitie, een overgang naar de nieuwe tijd waarin spelen in de zandbak weer toelaatbaar is en gewone dingen vreemde namen hebben.

Facebook Comments