“Nico, we weten dat iemands intelligentiequotiënt een behoorlijk sterke erfelijke achtergrond heeft en ook dat hoog opgeleide mensen minder kinderen krijgen dan laag opgeleide. Betekent dit dat door evolutie onze intelligentie achteruit gaat?”

De vraag werd me gesteld na afloop van een lezing die ik hield op het Noorderzonfestival in Groningen. Het is weliswaar geen Lowlands, maar toch een festival van betekenis. Het stond aangekondigd als een “ietwat curieuze combinatie van een internationaal kunstenfestival op het scherpst van de snede met spannende hedendaagse podiumkunsten uit alle delen van de wereld … én een groots zomerfeest in een vrij toegankelijk plantsoen”. Met “plantsoen” werd het Noorderpark in de stad bedoeld. Inderdaad was het een vrolijke bende in het park, met een veelheid van optredens en demonstraties, waarbij zowel jong als oud genoten van het mooie weer.

Het toeval wilde dat een Europees congres van evolutiebiologen dat ik vorige week bezocht, ook in Groningen gehouden werd. Deze samenloop van omstandigheden hadden de organisatoren van het congres aangegrepen om hun wetenschap naar het publiek te brengen, want waar kan dat beter dan op een festival? Ze hadden een paviljoen ingericht waarbij de deelnemers zelf de werking van evolutie konden ondergaan. En als onderdeel van de activiteiten mocht ik dus een korte lezing houden.

Ik zei Lowlands, omdat de sfeer me deed denken aan mijn lezing vijf jaar geleden op het Lowlands-festival, maar de schaal was wel wat kleiner. Mijn lezing vond niet plaats in een megatent, maar in een container, met een dicht op elkaar gepakt publiek en nauwelijks ruimte om te bewegen. Maar dat gaf niet, want mijn verhaal ging – hoe kan het ook anders – over de evolutie van de naakte aap, een onderwerp dat goed aansloot op de snikhete sfeer en de schaarse kledij die daar een gevolg van was.

De vraag over onze achteruitgaande intelligentie is voor een evolutiebioloog fascinerend omdat het antwoord niet zo gemakkelijk is. Inderdaad is het IQ behoorlijk erfelijk en inderdaad krijgen mensen met een hoog IQ minder kinderen, maar toch neemt de gemiddelde IQ-score al jaren toe. De toename is gedocumenteerd vanaf ongeveer 1930 en werd voor het eerst beschreven door de Nieuw-Zeelandse psycholoog James Flynn. Het wordt daarom het Flynn-effect genoemd: een langzame maar gestage toename van de IQ-score over de jaren, gemeten met standaard IQ-testen. Is dat in strijd met de voorspellingen van de evolutiebiologie?

Het probleem is dat de manier waarop de erfelijkheid van de IQ-score gemeten wordt geen rekening houdt met het veranderende milieu. De wereld waarin kinderen op dit moment opgroeien is totaal anders dan die uit 1930. Mijn kleinkinderen kunnen op zesjarige leeftijd al een iPad bedienen, spelletjes downloaden en knutselinstructies volgen op YouTube. Ze worden al op jonge leeftijd geconfronteerd met nieuwe dingen die hen uitdagen en waarmee ze hun hersenen trainen in het vinden van oplossingen. Daarom presteert een kind van deze tijd op allerlei onderdelen van de IQ-test beter dan een kind uit 1930 die dezelfde test doet. Het is niet zo dat de erfelijkheid van intelligentie op zich verandert, maar je kunt de erfelijkheid niet los zien van de omgeving. Als de omgeving verandert, verandert ook de manier waarop de erfelijke aanleg omgezet wordt in een IQ-score.

Om dezelfde reden scoren kinderen die opgroeien in achterstandswijken of in ontwikkelingslanden lager dan een westers kind. Niet omdat ze dommer zijn, maar omdat ze de veelheid aan prikkels die hun hersenen stimuleren en uitdagen, moeten missen. De aanleg om slim te zijn verschilt weliswaar tussen kinderen, maar de manier waarop daarvan gebruik gemaakt wordt verschilt nog meer.

Het was een lang antwoord op een goede vraag waardoor de naakte apen in de Noorderzon-container nog geruime tijd puften van de warmte.

Facebook Comments