Volgende week maandag begint een workshop over Natuurtechnisch Bosbeheer in het Spanderswoud bij Hilversum, in de Infoschuur ’t Gooi aan de Naarderweg. Natuurbeheerder van het eerste uur, Jan Loggen, maakte me daarop attent. Hij zit in een vrijwilligersorganisatie die in samenspraak met de eigenaar van het Spanderswoud, het Goois Natuurreservaat, onderhoudswerkzaamheden in het bos uitvoert. De bedoeling is om meer diversiteit in de begroeiing te krijgen. Af en toe een boom omtrekken geeft open plekken en meer dood hout in het bos. Zoals ik eerder heb verteld in deze column is dood hout heel goed voor de biodiversiteit. Toevallig was ook het herfstnummer van Puur Natuur, het ledenblad van Natuurmonumenten, helemaal aan dit onderwerp gewijd.

Op een open plek in het bos dringt het licht door tot op de bodem en krijg je allerlei planten die je niet ziet onder een gesloten kroonlaag. Op die planten en jonge boompjes leven insecten die anders niet in het bos voorkomen. Op het dode hout vestigen zich schimmels die ook weer een heel leger schimmeleters aantrekken. Op dode beuken groeien bijvoorbeeld tonderzwammen, die wel 15 jaar oud kunnen worden. Ze groeien als enorme paardenhoeven langs de stam vooral van rechtopstaande dode beuken. In deze tonderzwam zitten larven van een keversoort behorend tot de familie van de zwartlijfkevers, die voorheen vrij zeldzaam was in Nederland. Na de verpopping verlaten de kevertjes de zwam door zich naar buiten te vreten en vaak zie je de uitvlieggaatjes in de tonderzwam zitten. Sinds er meer dood hout in de bossen is komt de zeldzame zwartlijfkever steeds vaker voor, een aanwinst voor de Nederlandse fauna.

In een natuurlijk systeem is altijd een bepaalde fractie van de bomen dood. Je kunt natuurlijk wachten totdat het vanzelf gebeurt en in een populierenbos is dat goed te doen, want populieren leven niet zo lang, maar vaak is het nodig om de natuur een handje te helpen.

Mijn handen jeukten om mee te doen met die workshop. Een boom omtrekken met een handlier lijkt me helemaal te gek. Om de een of ander reden geeft het snoeien van struiken in de tuin, het knotten van wilgen en of een toe een boompje kappen mij erg veel genoegen. Ik denk dat het onderdeel is van mijn evolutionair bepaalde neiging om de omgeving naar mijn hand te zetten. Zet een man in het oerwoud met een hakmes en hij gaat uit eigener beweging een plek voor zichzelf maken, door een paar struiken weg te hakken, een stuk grond af te schermen en daar een dak bij te maken, kortom een thuisbasis te fabriceren. Ik heb dat zelf meegemaakt op trektochten door het oerwoud van Indonesië. Onze gidsen waren mannen uit Madura die heel goed om konden gaan met de parang. Als we ergens aankwamen waar we besloten te overnachten, hadden ze voordat het donker werd een plek gemaakt waar je je helemaal thuis voelde. Dat instinct om de omgeving om je heen zo te maken dat het je bevalt is volgens mij de basis voor het natuurtechnisch bosbeheer.

Het geeft wel veel discussie. Bij actief beheer wil je situaties creëren voor dieren en planten die je graag ziet en je wilt weghalen waarvan te veel is, eventueel door dieren af te schieten. Kun je niet beter de natuur zijn gang laten gaan en vertrouwen op natuurlijke processen? Dat werkt maar tot op zekere hoogte. In Nederland hebben we geen echte oernatuur, ons land is daarvoor te klein en te gefragmenteerd door alle infrastructuur. Bovendien kun je stellen dat hele mooie Nederlandse landschappen zoals een weiland met een rij knotwilgen door onszelf gemaakt zijn.

Dus actief natuurbeheer is een goede zaak. Maar wel met verstand van zaken natuurlijk en daar is die workshop voor. U kunt zich nog net opgeven, kijk op de website van de vrijwilligersvereniging Nardinclant.

Facebook Comments