Ik kan me nog goed herinneren dat ik oog in oog stond met Ramses II, de beroemde Egyptische farao die leefde van 1303 tot 1213 voor Christus. Hij zag er nog best redelijk uit, al kon je zien dat hij erg oud was. Zijn gezicht was een beetje ingevallen, maar hij had zelfs nog wat haar op zijn hoofd.

Mijn ontmoeting met Ramses was in het Egyptisch Museum in Caïro, waar ze een speciaal zaaltje hadden waar je tegen extra betaling een collectie oude mummies, neergelegd in glazen kisten, kon bekijken. Het is al jaren geleden, ik weet niet of ze die mummies tegenwoordig nog steeds tentoonstellen. Een beetje luguber was het ook wel, maar uitermate fascinerend, dat je oog in oog kunt staan met iemand die meer dan 3000 jaar geleden is overleden.

Voor evolutiebiologen zoals ik was het altijd een frustratie dat men er nog nooit in geslaagd was betrouwbare DNA-monsters van mummies te verkrijgen. Het DNA-onderzoek aan fossielen heeft een enorme vlucht genomen met vele verrassende inzichten. Het record voor de oudste betrouwbare DNA-analyse staat nu op 400.000 jaar. Vergeleken daarmee zou DNA-onderzoek aan Egyptische mummies (2.000 tot 5.000 jaar oud) toch een peulenschil moeten zijn. Maar om de een of andere reden lukte dat niet. Men heeft het wel geprobeerd, maar de resultaten werden altijd onbetrouwbaar gevonden. Waarschijnlijk ligt het aan het feit dat de mummies gedroogd zijn. Drogen en warmte zijn de pest voor DNA. De beste manier van conservering is bevriezen. Daarom zijn de meest complete DNA-monsters verkregen uit neanderthaler- en Denisova-fossielen van Siberië. DNA-analyses van fossielen uit de tropen, zoals van de Floresmens, die maar 60.000 jaar oud is, zijn tot nu toe niet gelukt.

Tot begin deze maand! Toen las ik in het tijdschrift Science dat Johannes Krause, een beroemde paleogeneticus uit Jena in Duitsland, er eindelijk in is geslaagd. De crux schijnt te zijn dat je je moet concentreren op de harde delen van de mummie, de tanden en de kiezen, in plaats van op de zachte delen zoals de spieren en de huid. De analyses zijn gedaan aan mummies afkomstig van het grafveld Abusir el-Meleq, 100 km ten zuiden van Caïro. Aan het begin van de twintigste eeuw zijn daar vele mummies, waarschijnlijk merendeels priesters, in eenvoudige graven zonder sarcofaag in hurkhouding blootgelegd. Van een aantal mummies zijn de hoofden meegenomen naar Duitsland en bewaard gebleven in collecties van de universiteiten van Tübingen en Berlijn. Van negentig van deze mummies, met ouderdommen tussen 1380 voor Christus tot 425 na Christus heeft men nu DNA kunnen isoleren.

De resultaten zijn verassend. De oude Egyptenaren zijn genetisch verwant aan de volkeren uit het Midden Oosten. Op zich is dat niet zo raar, ware het niet dat de huidige Egyptenaren voor een flink deel verwant zijn aan de Afrikanen ten zuiden van de Sahara. Het moet wel zo zijn dat na de uitvinding van de landbouw, zo’n 10.000 jaar geleden, de nieuwe landbouwvolkeren naar Egypte getrokken zijn en zich vestigden op de vruchtbare gronden langs de Nijl. Van die volkeren stammen de farao’s af. Pas veel later, 700 jaar geleden, kwam er een migratiebeweging vanuit het zuiden op gang waardoor de huidige Egyptenaren een Afrikaans stempel kregen.

Omdat de Europeanen ook voor een flink deel afstammen van volkeren uit het Midden Oosten zijn de oude Egyptenaren van Abusir el-Meleq in genetisch opzicht meer verwant aan ons dan aan de moderne Egyptenaren! Zou het ook voor Ramses II gelden? Die woonde in Luxor, nog een eind naar het zuiden. Egypte is een groot land, dus de historie kan per plaats verschillend zijn. Maar het laat me niet los. Ik moet nog een keer terug naar Caïro om Ramses gedag te zeggen.

Facebook Comments