Bij mijn cursus voor HOVO-studenten deze week besprak ik de evolutie van samenwerking. Welke soorten samenwerking zien we in de natuur en kunnen we daarvan leren om samenwerkingsverbanden in de menselijke maatschappij soepel te laten lopen? Het HOVO-onderwijs is gericht op “ouderen” maar zeg het niet te hard want de meeste 50-plussers die in de zaal zitten zijn schrander genoeg om originele, ook vaak eigenwijze, maar soms ook wijze opmerkingen te maken.

Veel mensen denken dat het in de natuur gaat om concurrentie, het recht van de sterkste en meedogenloos egoïsme. Dat beeld is erg versterkt door mensen die Charles Darwins principe van de “overleving van de sterkste” zien als de belangrijkste drijvende kracht. Maar er is ook heel veel samenwerking in de natuur. Hoe past dat in de evolutie?

Als voorbeeld besprak ik de relatie tussen schimmels en planten. Veel schimmels gaan een verband aan met plantenwortels, waarbij ze profiteren van de suikers die de plant met zijn bladgroenkorrels gemakkelijk kan maken. Als tegenprestatie levert de schimmel zouten uit de bodem, met name fosfaat, waar de plant moeilijk aan kan komen. Deze samenwerking (biologen spreken van een symbiose) komt voor bij niet minder dan 80% van de plantensoorten en is al heel vroeg in de evolutie ontstaan, zodra er planten het land op gingen. Waarom bestaat die samenwerking al zo lang? Het zou toch erg makkelijk zijn voor een schimmel om wel de suikers uit de plantenwortel te ontvangen maar geen fosfaat terug te geven. En de plant zou gemakkelijk het fosfaat in dankbaarheid kunnen accepteren maar geen suikers teruggeven. Hoe voorkom je dat zich tussen de goedwillende partners een bedrieger verschuilt?

Uit de economie weten we dat zo’n ruilhandel tussen twee goederen gemakkelijk leidt tot specialisatie. Het loont om je te specialiseren op één van de goederen, degene waar je het beste in bent, en de andere van de partner te verkrijgen door ruilhandel. Twee bedrijven die zich elk specialiseren op één onderdeel kunnen samen meer bereiken dan elk bedrijf alleen. De meerwaarde zit in de taakverdeling met ruilhandel. Precies hetzelfde geldt voor de symbiose van schimmels met plantenwortels: de schimmel is goed in fosfaatopname, de plant in het maken van suikers. Elk heeft een voordeel bij de symbiose want samen kunnen ze beter gebruik maken van de beschikbare bronnen.

Maar nu was het de beurt aan mijn eigenwijze senioren in de zaal. “Bij de Spoorwegen bleek dat niet te werken, meneer”. Op een gegeven moment ging de NS allerlei taken aftstoten om die onder te brengen in afzonderlijke bedrijven. Die bedrijven konden zich dan specialiseren op één taak en volgens de theorie zou je dan door samenwerking tot een hogere productie kunnen komen. Maar dat gebeurde niet altijd omdat de stimulus voor de afzonderlijke bedrijven om goede kwaliteit na te streven wegviel. Ze begonnen inferieure spullen te leveren. De productie ging achteruit in plaats van vooruit.

En toen kwam de aap uit de mouw. De natuur voorziet in deze situatie. Uit onderzoek blijkt dat de plant de schimmel kan “straffen” als hij niet genoeg fosfaat levert. Schimmels die niet meewerken krijgen geen suikers. Bovendien kan de plant aan de goede schimmels een stofje meegeven dat giftig is voor dieren in de bodem die graag aan schimmels knabbelen. Slechte schimmels krijgen dat stofje niet.

De natuur heeft de oplossing al bedacht. In een goede samenwerking moet ook een strafbepaling zitten: iets waardoor je in de gaten kunt houden of de partner wel levert en een systeem om bedriegers te weren. De cirkel was rond en de HOVO-cursisten waren overtuigd. Kijken naar de natuur kan helpen om onze maatschappij duurzaam in te richten.

Facebook Comments