Via deze columns probeer ik u op de hoogte te houden van het seksleven van onze vroege voorouders. Ik durf zelfs te beweren dat als u mijn columns een beetje volgt, u daar beter van op de hoogte bent dan de lezers van menig landelijk dagblad. De wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van de menselijke evolutie moeten het tegenwoordig afleggen tegen al het medische nieuws over de virusepidemie.

Maar als mij volgt weet u het nog: in 2010 werd ontdekt dat er in een ver verleden, naar schatting 60.000 jaar voor onze jaartelling, kruisingen hebben plaatsgevonden tussen mensen en neanderthalers. Daardoor heeft ieder van ons een klein stukje neanderthaler-DNA in zijn erfelijk materiaal. Maar dat blijkt niet het enige te zijn, volgens een nieuwe publicatie die ik las in het blad Science van vorige maand. Niet alleen hebben wij iets van de neanderthaler gekregen, wij hebben ook heel wat erfelijk materiaal in de neanderthaler achtergelaten.

Het gebeurde al eerder, tussen 100.000 en 300.000 jaar geleden. Homo sapiens was net ontstaan in Afrika, toen een groep mensen besloot op een trektocht te gaan naar het Midden-Oosten en verder, over de bergen, tot in de uitgestrekte steppes van Oost-Europa. Daar ontmoetten ze een andere mensensoort die erg op ze leek maar toch verschillend was: een fors postuur, een laag voorhoofd en een dikke platte neus. De stam van de holenbeer noemde Jean Marie Auel ze in haar boek, wij noemen ze neanderthalers.

De neanderthalers waren met weinigen en lieten zich waarschijnlijk overweldigen door de indringers uit Afrika en zoals dat gaat, de mannen paarden met de neanderthalervrouwen. Hoe weten we dat zo zeker? Dat blijkt uit de publicatie van vorige maand; men heeft laten zien dat het Y-chromosoom van neanderthalers sterk lijkt op een menselijk Y-chromosoom.

Tot nu toe is het oud-DNA-onderzoek aan fossiele mensachtigen alleen gedaan met vrouwelijke neanderthalers. Ook van de andere recent uitgestorven mensensoort, de Denisova-mens, zijn tot nu toe alleen vrouwen bekeken. Maar nu is een instituut in Leipzig, onder leiding van prof. Janet Kelso, erin geslaagd om een paar mannen onder de loep te nemen. Met een geavanceerde techniek hebben ze uit twee mannelijke Denisova-fossielen en drie mannelijke neanderthaler-fossielen een Y-chromosoom weten te halen en dat uitgelezen.

Alleen mannen hebben een Y-chromosoom. Het wordt vaak gebruikt in de forensische wetenschap, om daders van misdrijven op te sporen. Het heeft namelijk unieke eigenschappen die zonder menging met vrouwelijke eigenschappen overgaan van vader op zoon. Daardoor herken je aan een Y-chromosoom veel van de biologische herkomst van de mannelijke voorouders. Vrouwen hebben zo’n chromosoom niet.

De ontdekking van de onderzoekers is dat het Y-chromosoom van de neanderthalers erg lijkt op dat van de mens en nogal verschilt van dat van de Denisova-mens. Dat is raar omdat de neanderthalers meer verwant zijn aan Denisova-mensen dan aan ons, mensen. De Denisova-mens is te beschouwen als een fors uitgevallen neanderthaler die leefde in grote delen van Siberië en Azië. Hoe komt de neanderthaler aan een menselijk Y-chromosoom dat zijn zustersoort niet heeft?

Het kan niet anders dan dat het Y-chromosoom door een kruising van de mens op de neanderthaler is overgedragen. Dat moet dan natuurlijk een mannelijke mens geweest zijn die gepaard heeft met een vrouwelijke neanderthaler. En vervolgens heeft dit nieuwe Y-chromosoom het oorspronkelijke Y-chromosoom van de neanderthaler verdrongen. Het menselijk Y-chromosoom had kennelijk voordelen en verspreidde zich snel in de kleine neanderthalerpopulatie.

Niet alleen heeft de neanderthaler zijn DNA in ons achtergelaten; wij hebben ook ons DNA, een heel chromosoom nog wel, achtergelaten in de neanderthaler, een cadeautje dat hem overigens niet gered heeft, want niet alleen de Denisova-mens maar ook de neanderthaler is uiteindelijk uitgestorven.

Facebook Comments