Eén diersoort kan de economie van een hele regio beïnvloeden. Ik merkte dat op vakantie in Indonesië, bij een bezoek aan Komodo, het eiland dat genoemd is naar de komodovaraan, het grootste en gevaarlijkste reptiel dat we kennen. Ik dacht dat de komodovaraan genoemd was naar het eiland, maar alle lokale mensen verzekerden me dat het andersom was. De komodovaraan is zo belangrijk voor dit deel van Indonesië dat hij is uitgeroepen tot achtste wereldwonder, zelfs boven de Borobudur, de beroemde boeddhistische tempel op Java.

Vanuit het eiland Flores kun je per boot een bezoek brengen aan Komodo, en daar kan het, rondlopend met een gids, zomaar gebeuren dat je een wilde komodovaraan tegen het lijf loopt. Ze zijn echt gevaarlijk; ze kunnen zelfs een waterbuffel neerleggen. Wat ze doen is vanuit een hinderlaag aanvallen en dan hun prooi bijten. In hun mond zitten bacteriën die een sterk werkend toxine produceren. Ook al loopt de prooi weg, na 24 uur is hij er geweest vanwege de werking van het gif. De komodovaraan hoeft er alleen maar achteraan te sjokken. Daarna kan het feest beginnen.

Ook wij kwamen op Komodo een komodovaraan tegen, een flink uit de kluiten gewassen volwassen beest. Met hulp van de gids die het dier met een stok op afstand kan houden, konden we er zelfs een selfie van maken, wat gelijk een hit was op Facebook. Tijdens het maken van een videootje begon de komodo naar de fotograaf te lopen, wat de dreiging nog vergrootte. In het Engels heten ze “draak” en deze benaming is niet overdreven want ze zien er echt bloeddorstig uit.

We zagen ook een jong dier. De jongen worden uitgebroed in een nest. Zodra ze uit het ei komen vluchten ze de boom in, want als moeder er aan komt is er grote kans dat ze opgegeten worden. Ze hebben een voorkeur voor dode bomen waar veel gaten in zitten. In de boom leven ze tijdens hun eerste jaar en eten dan vooral insecten; daarna zijn ze sterk genoeg om op de grond grotere dieren aan te vallen zoals apen, wilde zwijnen en buffels.

Uiteraard zijn de komodovaranen een toeristische attractie van de bovenste plank want Komodo en Rinca, plus een paar andere eilanden in de Floreszee zijn de enige plaatsen ter wereld waar ze voorkomen. Maar waar ik niet bij stilgestaan had was de enorme impact die zo’n beest kan hebben. Ze zullen het zelf niet weten, maar er is een heel stuk economie dat draait om dit dier. Het vliegveld van Labuan Bajo op Flores heet met trots “Komodo Airport”. In de haven ligt een rij schepen klaar om je naar Komodo en Rinca te brengen. Uiteraard is er in dit deel van Indonesië nog veel meer spectaculaire biologie te zien zoals apen, zeeschildpadden, enorme manta’s, die gewoon naast je blijven zwemmen, en een kolonie van honderdduizend vliegende honden; toch spant de komodovaraan qua wildervaring de kroon, vind ik.

Ik vroeg me af of er in Nederland dieren zijn die zo’n grote invloed op de lokale economie hebben. De wildparken van Afrika hebben hun “grote vijf”, Brazilië heeft de jaguar, China heeft de panda, Australië zijn kangoeroes en Spitsbergen de ijsbeer. Wat hebben we in Nederland? De zeehond. Dat is zonder mee een geweldige diersoort met een ongekende aantrekkingskracht, maar ik schat dat zijn invloed op de economie van de Waddeneilanden toch beperkt is. De Veluwe kan zich verheugen in het bezit van wilde zwijnen, maar daar geldt hetzelfde voor. Wild zwijn noch zeehond komt in de buurt van de komodo. Wat een draak kan doen is uniek.

Facebook Comments