De Zuid-Afrikaan Adriaan Reinecke is zoöloog, docent aan de Universiteit van Stellenbosch, die regenwormen onderzoekt en kijkt naar de effecten van bodemverontreiniging. Zo kende ik hem lange tijd uit de literatuur en kwam ik hem vaak tegen op congressen. Hij heeft zelfs een tijdje op mijn afdeling gebivakkeerd en mijn collega heeft met hem gepubliceerd over de effecten van zware metalen op regenwormen.

Des te vreemder is het dat ik er pas later achter kwam dat hij ook boeken schrijft. Hij is dus een voorbeeld van een schrijvende bioloog die ik goed ken, reden waarom hij een plek verdient in deze rubriek, tussen de Nederlandse en buitenlandse schrijver-biologen.

Reinecke schrijft zogenaamde bio-thrillers: verhalen over het gebruik van moderne biotechnologie door terroristische organisaties die de hele wereldbevolking naar hun hand willen zetten. Het lijkt een uitgekauwd thema, maar Reinecke weet er door een spannende schrijfstijl met veel vaart en cliffhangers, een stijl die doet denken aan Dan Brown, toch iets moois van te maken.

Zijn boek Einstein’s Sons gaat over de uitvinding van neuropeptiden waarmee het gedrag van mensen is te beïnvloeden. Je kunt er iemands seksuele oriëntatie mee manipuleren, zijn neiging tot crimineel gedrag en zelfs zijn religieuze gevoelens. Ook kun je het gebruiken om dementie te induceren. Een duister bedrijf is er in geslaagd om de stoffen via recombinante expressie te fabriceren en er zo in grote hoeveelheden beschikbaar te krijgen. Het is duidelijk dat dit een dodelijk wapen zou zijn als het in handen zou vallen van terroristen of kwaadwillende dictators.

Een jonge bioloog, samen met zijn vriendin, een beeldschone Franse studente politicologie, komt de sekte op het spoor en weten beetje bij beetje het wereldwijde netwerk te ontrafelen. (Dat in alle boeken de vriendinnen van biologische onderzoekers uitermate knappe vrouwen zijn en bovendien berenslim, lijkt me een interessant gegeven, en hoopgevend voor de mannelijke biologen.)

In Zuid-Afrika staat op een verborgen plaats een proefdiercentrum waar men de stoffen uitprobeert op chimpansees en gorilla’s. Je voelt aankomen dat het daar fout gaat en inderdaad weet op een gegeven moment een groep agressief-gemanipuleerde apen te ontsnappen en beginnen de bewaking uit te moorden. Het is een gevolg van het toedienen van twee verschillende neuropeptiden die onverwachte synergistische effecten blijken te hebben. Uiteindelijk loopt het nog redelijk goed af, de bioloog en zijn vriendin overleven en het primatencentrum wordt met de grond gelijk gemaakt. Maar een aantal gemanipuleerde chimpansees weten te ontsnappen, met onzekere gevolgen voor de toekomst.

Ik heb Reinecke speciaal in deze rubriek opgenomen omdat het verhaal – vind ik – biologisch realistisch is. De situatie is alleen maar toepasselijker geworden. Ten tijde van de publicatie van Einstein’s Sons (2008) was er nog niks bekend over CRISPR/Cas9, het enzymatische systeem waarmee heel precies en doelgericht veranderingen in het DNA aangebracht kunnen worden, zonder sporen na te laten. Dit systeem, waarover moleculair-biologen sinds een aantal jaren wild-enthousiast geworden zijn, roept overduidelijk dezelfde veiligheidsvragen op als die het boek van Reinecke adresseert. De Gezondheidsraad heeft hier in de “Trendanalyse Biotechnologie” kortgeleden een punt van gemaakt. Ron Fouchier, de viroloog van Erasmus Medisch Centrum die ontdekt heeft welke eigenschappen virussen in staat stellen in de lucht te overleven en daarmee de infectiekans met vele ordes van grootte verhogen, zit in hetzelfde schuitje.

En voor de biologiestudent is de les: doe tijdens je studie vooral veel kennis op over moderne biologie. Als het met de biologie niet helemaal lukt kun na je studie altijd nog schrijver worden.

 

Facebook Comments