“Zingt de leeuwerik dan doet hij dat om een partner te lokken; zingt een andere vogel niet, dan is dat omdat roofvogels hem daardoor niet zo snel kunnen vinden. Is een vlinder bont gekleurd dan is dat om de aandacht van een partner te trekken; is hij wit of groen dan is het een schutkleur. Bestaat er eigenlijk wel een biologische eigenschap die geen voordeel oplevert?” Zo ongeveer redeneerde de letterkundige Karel van het Reve tegen de evolutietheorie. Het is een voor evolutiebiologen bekende argumentatie: de populaire versie van de theorie staat bol van de “just-so stories”, verklaringen die altijd kloppen omdat ze niet falsificeerbaar zijn.

Het debat dat Van het Reve aanzwengelde werd aan de andere zijde gevoerd door de Amsterdamse bioloog Dick Hillenius. Hij was conservator Herpetologie bij het Zoölogisch Museum van de Universiteit van Amsterdam. Dick was indertijd Nederlands meest bekende kenner van amfibieën en reptielen, een rol die nu door Freek Vonk vervuld wordt.

Hillenius was ook evolutiebioloog, een aanhanger van Darwin; hij publiceerde al in de jaren zestig een boek over de evolutionaire aanpassingen van dierpopulaties op eilanden, waarbij hij vooruitliep op het later beroemd geworden boek van Wilson en Bossert over eilandbiogeografie. Maar Van het Reve plaatste Darwin in de hoek van het Marxisme, waar hij een hekel aan had. Ook Hillenius hoorde volgens hem in die verguisde hoek thuis.

De polemiek tussen Van het Reve en Hillenius, gevoerd in het toenmalige tijdschrift Hollands Maandblad, lijkt op het klassieke debat tussen bisschop Wilberforce en Thomas Huxley uit 1860. Wilberforce dacht Huxley klem te zetten door hem een uitspraak te ontlokken over de vraag of hij nu, volgens de evolutietheorie, via zijn moeder of via zijn vader van de aap afstamde. Huxley pareerde de valstrik door te zeggen dat hij nog liever van een aap afstamde dan van iemand die op zo’n stompzinnige wijze met hem in discussie trad.

Het oordeel van de geschiedkundigen is dat Huxley de winnaar was van het debat. Wie was de winnaar van de discussie tussen Van het Reve en Hillenius? Ik weet dat nog zo net niet. Van het Reve had wel degelijk een punt. Het is een bekende valkuil van het darwinisme om overal een verklaring voor te willen geven in termen van voordelen en aanpassingen. Het mooiste voorbeeld vind ik de vraag waarom meisjes een voorkeur hebben voor roze. De evolutionaire verklaring luidt dat het goed herkennen van rode tinten boven blauwe tijdens het leven van de primitieve mens op de Afrikaanse savanne voordelig was bij het zoeken naar bessen. Maar deze oermenslogica is volledig oncontroleerbaar, altijd waar en dus waardeloos als wetenschappelijke verklaring.

Volgens mij had Hillenius het moeilijk in het debat met Van het Reve. Dat komt omdat hij eerder een romanticus was dan een analist. Hij schreef boeken en gedichten, trad op in radio- en televisieprogramma’s, waarmee hij bij het grote publiek bekender werd dan met zijn wetenschappelijk werk. Hij was typisch een schrijver-bioloog. Biologie, schrijven en dichten liepen bij hem vloeiend in elkaar over. In een herdenkingsartikel in Vrij Nederland uit 2012, 25 jaar na de plotselinge dood van Hillenius, noemde Tijs Goldschmidt hem een schrijver die toevallig ook bioloog was, primair een vrije denker die altijd de ruimte zocht buiten de gebaande paden.

Hillenius is al overleden in 1987, dus de tegenwoordige student kent hem niet meer. Maar hij verdient het dat zijn nagedachtenis ook aan de VU blijft bestaan, want hij had ook een relatie met Gyrinus natans. In de jaren zeventig heeft hij eens een lezing gegeven in de faculteit, een keverlezing avant la lettre! Maar waar het over ging weet ik niet meer. Misschien over kikkers, maar zeker geen just-so story.

Facebook Comments