Bij de dingen waar je je regelmatig aan ergert, maar waar je verder niets aan doet omdat het niet urgent is en je jezelf niet elke dag weer opnieuw wilt opwinden, behoren bij mij de plastic buizen die ingegraven worden bij het planten van een boom. Je ziet regelmatig dat aan de voet van jonge bomen een stuk plastic uit de grond komt zetten. Het is daar niet als afval toevallig terecht gekomen, maar expres ingegraven door de boomplanters. Hoe krijgen ze het in hun hoofd denk ik altijd. Plastic staat model voor rommel die wel handig is maar altijd lelijk en schadelijk, omdat het niet afbreekt, overal rondzwerft, nog duizenden jaren lang, in de oceaan terecht komt en het leven bedreigt. Eenentwintig miljard kilo plastic drijft er intussen in de oceaan en het wordt alleen maar meer.

Van plastic in de directe omgeving van de mens, zoals in woningen en auto’s kan ik het nut nog inzien; dat zijn bovendien meestal toepassingen die je onder controle hebt en waar je het ook weer weg kunt halen en in kringloop houden. Maar het bewust ingraven van plastic in parken en wegbermen vind ik een belediging van de natuur. Als ik een boom was zou ik mijn wortels van kwaadheid uit de grond trekken om die troep ver weg te trappen.

Jaren geleden hebben Kees van Kooten en Wim de Bie al een keer uitgezocht waar die buizen aan de voet van een boom eigenlijk voor nodig zijn. Ze kwamen erachter dat ze bedoeld zijn om met de bomen te praten. Als je met een stethoscoop in die buis luistert kun je horen wat de boom zegt. Van Kooten demonstreerde dit op overtuigende wijze en De Bie gaf er commentaar bij. Ik weet niet meer in welke context het was, ongetwijfeld is het terug te zoeken in de Koot&Bie-encyclopédie, maar dat ik het na al die jaren nog weet is een goede indicator voor de ergernis die ik met ze deelde. Toch heeft deze satire op de boomplanterspraktijk niet geholpen; ik zie die buizen nog steeds overal. Soms is er ook nog een opstaande plastic rand in een cirkel om de voet van de boom ingegraven. Erg handig met water geven!

Ik zie het gelukkig in de verkiezingsprogramma’s van de betere politieke partijen: we moeten af van de plastic-maatschappij. Gewoon het maken van een aantal producten verbieden zoals plastic tasjes, dubbele verpakkingen, blisters e.d, en zeker de toepassing van plastic “oplossingen” op plekken waar het niet thuishoort en niet meer teruggewonnen kan worden, zoals in parken en wegbermen. Voetbalvelden vind ik ook over de grens. En in dijken!

Vorige week kwam ik er toevallig achter dat tegenwoordig ook duizenden kilo’s plastic ingegraven worden in dijken die versterkt worden. Het is een civiele techniek die al jaren toegepast wordt, begrijp ik. Je graaft een scherm van 10 meter diep in de dijk om het water in de juiste richting te geleiden. Men noemt het verticale drainage. Het zijn plasticschermen met ribbels in de lengterichting. De ribbels zorgen voor kanaaltjes waardoor het grondwater dat door de dijkverhoging onder druk gezet is, afgevoerd kan worden naar de opgebrachte zandlaag. Zo’n verticale drainage kan niet meer verwijderd worden, die breekt als eraan getrokken wordt. Op andere plaatsen worden verticale schermen ingegraven om de vorming van kanalen (pijpen) in de bodem te belemmeren. Door zulke kanalen kan namelijk water onder de dijk doorstromen en dat wil je niet. Een scherm van plastic is mooi makkelijk, het is goedkoop en het vermindert de plastic berg. Klaar, je ziet er niks meer van!

Maar wat is dat voor minachting in de wereld van de civiele techniek dat een cultuurhistorisch object, een kenmerkend element van het Hollandse landschap, met plastic rommel opgelapt moet worden? Ik kan er niet bij.

Facebook Comments