Meer dan 750 jaar geleden, omstreeks het jaar 1250, leefde er in de streek Maerlant bij Brugge een Middelnederlandse dichter. Deze Jacob van Maerlant heeft veel geschreven, onder andere een biologische encyclopedie met de mooie titel “Der Nature Bloeme”. Het is een werk van 13 boeken waarin hij alles behandelt wat er op aarde aan levende have rondloopt. Omdat ik zelf ook een encyclopedie (van de evolutiebiologie) geschreven heb voel ik me een beetje verwant aan deze middeleeuwse Jacob.

Jacob heeft zijn op verzen gestelde encyclopedie verluchtigd met allerlei plaatjes die onder biologen erg bekend zijn omdat ze hele rare dieren afbeelden. Jacob van Maerlant was namelijk geen veldbioloog die goed keek en observaties deed in de natuur, hij schreef alles over van Latijnse bronnen. Hij tekende er allerlei dieren bij die hij in werkelijkheid nooit gezien had, zoals eenhoorns, stieren met manen als een paard en paarden met de kop van een hert. In de Middeleeuwen was het niet zo belangrijk dat hetgeen je tekende ook werkelijk in de natuur voorkwam. Het ging om de poëzie.

Het grappige is dat Jacob van Maerlant ook vissen tekende die poten hebben en andere vissen met vleugels. Kennelijk wilde hij aangeven dat vissen de innerlijke dwang voelen te willen lopen of te vliegen. In die tijd dacht men wellicht dat het mogelijk was: als je het maar hard genoeg wilt gebeurt het ook. De poten van de vis ontstonden vanuit de wil om poten te hebben, om het land op te gaan en amfibie, later reptiel, te worden.

Eenzelfde “nieuwvorming door sterke wil” treffen we aan in het begin van het boek “De Duivelsverzen” van Salman Rushdie. Door een bomaanslag ontploft een vliegtuig in de lucht en de passagiers vallen van grote hoogte naar beneden, richting het Engelse Kanaal. Twee mannen, Saladin Chamcha en Gibreel Farishta, willen niet dood, ze wensen zich vleugels en die krijgen ze ook. Tijdens het vallen beginnen ze met hun armen te klapperen en daar vormen zich vleugels aan, groot genoeg om in een glijvlucht neer te strijken in de zee en levend aan land te spoelen. Ze waren de enige overlevenden van de ramp.

De innerlijke drang in de vissen van Van Maerlant en het keiharde wensdenken bij de personages van Rushdie zijn natuurlijk strijdig met de evolutietheorie. Het is niet zo dat je door het heel erg graag te willen een willekeurig lichaamsdeel kunt laten ontstaan of groter kunt laten worden. Toch wordt het principe van de evolutie vaak op deze karikaturale manier verteld. Men zegt: als een kenmerk van levensbelang is ontstaat het ook. Net alsof de natuur alles kan maken als het maar enorm nuttig is. Dat is niet zo. Er zijn talloze nuttige dingen die niet ontstaan en talloze onnuttige dingen die wel ontstaan. We moeten ophouden met te denken dat evolutie ervoor zorgt dat alles nut heeft.

In de moderne evolutiebiologie is de nadruk verschoven van het nut naar het ontstaan. Om te verklaren hoe vissen poten kregen moeten we het ontstaan van poten verklaren; dat ze nuttig bleken en dat je er het land mee op kon is niet in eerste instantie van belang.

Daar is nu een verassend antwoord op gekomen, las ik in het wetenschappelijke tijdschrift Cell van 4 februari. De Amerikaanse bioloog Brent Hawkins en zijn team aan Harvard University zijn erin geslaagd om een zebravis met (kleine) pootjes te maken. Met genoomcorrectie konden ze bepaalde genen veranderen waarvan ze wisten dat die betrokken zijn bij de vorming van vinnen. Soortgelijke genen zijn ook betrokken bij het maken van poten. En het rare is: het programma om pootjes te maken is al aanwezig bij de vissen. Het enige dat je moet doen is de remming eraf halen. Vissen hebben een verborgen programma voor pootjes. Had Jacob van Maerlant dan toch gelijk met zijn rare plaatjes?

Facebook Comments