Ik had bij mijn afscheid een modern sporthorloge gekregen, zo eentje waarmee je de gelopen afstand, de route, het aantal stappen, je hartslag en je energieverbruik kunt bijhouden. Ik gebruik hem bij mijn wekelijkse duurloopje. Best leuk, dacht ik, totdat ik vorige week een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift Cell las, waarin aangekondigd werd dat dit nog maar het begin is. Er zijn onderzoekers die voorspellen dat we over een tijdje van iedereen een heel medisch profiel kunnen meten tijdens de gewone dagelijkse werkzaamheden. Men verwacht veel van biosensoren die je kunt aansluiten op je mobiele telefoon en waarmee je allerlei signalen van je lichaam kunt bijhouden, bekijken en vergelijken met eerdere metingen. Als er een verandering optreedt in een richting die duidt op ziekte kun je vervolgens naar de dokter gaan.

Waar moet je aan denken? Een plotseling verhoogde hartslag tijdens normale activiteiten kan duiden op een ontsteking. Continue glucosemetingen kunnen behulpzaam zijn bij diabetespatiënten. Plotselinge veranderingen in de elektrische prikkels van het hart kunnen boezemfibrillaties aangeven. Metingen aan de geleidbaarheid van de huid en bepaalde chemische stoffen in zweet zijn zeer informatief ten aanzien van iemands gezondheid. En waarom zou je niet op de WC even een sensor in je urine houden om te kijken of daar iets mis mee is?

Een bedrijf in Israël heeft een systeem ontwikkeld dat continu luistert naar iemands stemgeluid en een waarschuwing geeft als er afwijkingen zijn van het normale patroon, bijvoorbeeld veranderingen in toonhoogte, overmatig zuchten of weinig communicatie met anderen. Zulke signalen kunnen indicatief zijn voor een naderende depressie of zelfs voor opkomende dementie. En subtiele registraties van het looppatroon kunnen behulpzaam zijn bij het in de gaten houden van de ziekte van Parkinson.

Het sterke van al die metingen is dat je door langdurig te kijken naar dezelfde persoon veel gemakkelijker kunt vaststellen of een bepaalde meting abnormaal is of niet. En je kunt nagaan hoe een individueel persoon reageert op een geneesmiddel. Bij een eenmalig bezoek aan de dokter is dat soms moeilijk te zeggen, maar door metingen over meerdere dagen is goed te zien of een medicijn aanslaat of niet. Dat maakt het mogelijk de dosis van een geneesmiddel nauwkeurig af te stemmen op de individuele patiënt.

De Amerikaanse overheid verwacht veel van dit soort technische ontwikkelingen en stimuleert het onderzoek met grote subsidies. Medici verwachten dat over een tijdje biometingen beschikbaar zijn van miljoenen mensen, waardoor het steeds gemakkelijker wordt om er iemand uit te halen waar mogelijk iets mee aan de hand is.

Kijkend naar mijn sporthorloge wist ik het nog zo net niet. Ik ben niet iemand die aan zijn medische CV werkt. Een kennis van mij gaat elk jaar een keer naar de huisarts om zich helemaal door te laten meten. “Dat moet je ook doen” zegt hij, “want je weet het maar nooit met je PSA-waarde”. Wil ik mijn PSA-waarde weten of met een biosensor van dag tot dag bijhouden? Ik twijfel daarover. Ik heb wel meegedaan met het bevolkingsonderzoek naar darmkanker, twee keer zelfs (beide keren negatief, dank u wel) en als ik een vrouw was zou ik zeker meedoen met het borstonderzoek, maar veel meer hoeft van mij niet. Stijgt mijn bloeddruk of daalt ze juist als ik op de WC zit? Het is wel interessant maar wil ik het weten?

Ik heb natuurlijk makkelijk praten want ik mankeer nooit wat en mijn medisch dossier is zo goed als leeg; misschien ga ik anders piepen als ik echt wat krijg, maar voorlopig zijn die biosensoren niet aan mij besteed. Of moet ik als bioloog, geïnteresseerd in het menselijk lichaam, juist wel aan dit soort dingen meedoen? Lieve lezer, ik weet het niet. Ik hoop dat u er wel uit komt.

Facebook Comments