Eilanden zijn een geliefd studieobject van biologen. Charles Darwin was er al gek op. Toen hij tussen 1832 en 1836 aan boord van het schip “The Beagle” de wereldzeeën overtrok onderzocht hij verschillende eilandgroepen, onder andere de Kaapverdische eilanden en de Galapagos-archipel. Steeds viel het hem op dat er op eilanden speciale soorten voorkwamen die wel leken op soorten die op het vasteland rondliepen maar net allemaal iets anders waren. Biologen weten nu dat elk eiland soorten heeft die nergens anders ter wereld voorkomen, denk maar aan de seychellenrietzanger (komt alleen maar op de Seychellen voor, een eilandengroep in de Indische Oceaan), de Azorenbuizerd (alleen maar op de Azoren, in de Atlantische Oceaan) en de Galapagosvinken (alleen maar op de Galapagos-eilanden in de Grote Oceaan). De studie van eilandflora’s en -fauna’s heeft zich ontwikkeld tot een complete tak van sport in de biologie, de eilandbiogeografie. Fanatieke vogelaars gaan speciaal naar afgelegen eilanden om hun soortenlijstje compleet te maken.

Maar je hoeft niet zo ver want de biologie van eilanden kun je tegenwoordig ook goed bestuderen in ons eigen Markermeer, waar de Marker Wadden in ontwikkeling zijn. Rijkswaterstaat heeft een eindje uit de kust bij Lelystad een groepje eilanden aangelegd met zand van de Markermeerbodem en hier ontwikkelt zich een nieuw natuurgebied dat door Natuurmonumenten beheerd wordt.

De kluten en visdiefjes hadden de Marker Wadden natuurlijk al snel ontdekt en ook de eerste vleermuizen waren afgelopen zomer al gesignaleerd. Maar ik was speciaal geïnteresseerd in dieren die wat moeilijker eilanden koloniseren zoals insecten. Gelukkig las ik in het laatste nummer van een vakblad voor dierkundigen over de eerste resultaten van een excursie die in september vorig jaar gehouden werd. Een groep van elf insectenkenners, allemaal van het rubberen laarzen-type, bezocht de eilanden en kamde de locaties uit. Terug in hun laboratoria werd van alle dieren de naam vastgesteld en dat leverde een lijst van 208 soorten. Daar waren hele bijzondere bij, onder andere een kortschildkevertje dat al sinds 1956 niet in Nederland gezien was. In zijn algemeenheid waren de kevers goed vertegenwoordigd. Ik vond dat raar maar ook weer niet raar.

Alle dieren die nu op de Marker Wadden leven zijn daar op de een of andere manier van buitenaf terecht gekomen, want vóór 2016 was er alleen water. Ze zijn gevlogen, aangespoeld of meegevoerd met bouwmaterialen en grond. Zou je de kevers als eerste pioniers verwachten? Ik zou eerder denken aan muggen en vliegen. Maar de natuur loopt vaak anders dan je denkt.

Wij horen dat te weten, want Nederlanders zijn ook uitvoerig betrokken geweest bij onderzoek naar de kolonisatie van de Krakatau. In 1883 heeft een enorme vulkaanuitbarsting een groot deel van dit Indonesische eiland voor de kust van Java in de lucht laten vliegen en de rest verdween in de zeebodem. Een stuk van het eiland bleef over maar daar was alle leven verwoest. Tegelijk was het een ideaal model voor herkolonisatie-onderzoek. Welke soorten komen het eerst, hoe ontwikkelt de biodiversiteit zich en hoe lang duurt het voordat de oorspronkelijke flora en fauna zich hersteld hebben? Of ontstaat er een volkomen nieuw ecosysteem? Opvallend was dat vrij kort na de uitbarsting een grote menigte spinnen gevonden werd. Je zou denken, Java is 40 kilometer weg, spinnen houden niet van zeewater en kunnen niet vliegen. Maar toch kwamen ze er, waarschijnlijk zwevend aan de lange draden die ze spinnen aan hun achterlijf. Ook onder de kevers zijn er die goed kunnen vliegen, meer dan je denkt en het is dus niet verwonderlijk dat ze ook op de Marker Wadden terecht gekomen zijn.

Ik hoop dat de biologen er een jaarlijks uitje van maken en elk jaar rapporteren wat ze nu weer gevonden hebben. De Galapagos-archipel en de Kaap-Verdische eilanden zijn te ver weg. Wij hebben ons eigen Krakatau.

Facebook Comments