In ons land weten we dat vallende bladeren op de rails in de herfst de dienstregeling van de spoorwegen behoorlijk in de war kunnen gooien. De NS is zelfs zo bang voor die blaadjes dat ze op voorhand al treinen laten uitvallen. Stalen wielen op stalen rails is op zich OK, het geeft weinig weerstand dus je kunt flink vaart maken, maar zodra er een beetje gladdigheid tussen zit gaat de zaak slippen en krijg je vierkante wielen.

Nu worden bij ons kleine problemen direct groot gemaakt. In andere landen beginnen ze zich pas zorgen te maken als ze echte grote problemen hebben. Zo is er in midden-Japan, op de hoogte van Tokio en Yokohama, een spoorlijn die bepaalde tijden van het jaar niet te berijden is vanwege massale zwermen van miljoenpoten. Mocht u daar ooit rondreizen: het is de Koumi-lijn tussen Kobuchizawa en Shinanokawakami. Het gebeurt regelmatig dat de trein daar vast komt te zitten door enorme zwermen van miljoenpoten.

Het zijn geen grote dieren, hoogstens een decimeter lang, met een stuk of 50 poten, die moeilijk te tellen zijn omdat ze steeds bewegen. In het Engels heten ze trouwens duizendpoten, maar bij ons zijn duizendpoten andere dieren, met 15 paar poten. En de duizendpoten heten in het Engels honderdpoten. Zo heeft elk land zijn eigen manier van tellen.

Als een zwerm van miljoenen miljoenpoten de rails oversteekt staat de trein te slippen en komt niet verder. Het verschijnsel wordt al jaren bestudeerd door lokale wetenschappers, maar tot voor kort was er geen verklaring voor. Jaren gaat het goed; je ziet die beesten niet en opeens komt er weer een zwerm. Men noemde de miljoenpoot “trein-miljoenpoot” en daar is hij wereldberoemd mee geworden.

Ik ben zelf ook een paar keer in Japan geweest en ik heb met mijn collega uit Yokohama nog in het bos gezocht naar die beesten, maar we konden ze niet vinden. Waar zitten ze en wanneer komen ze tevoorschijn? We keerden vruchteloos terug van onze excursies.

Ik werd weer aan dat bezoek herinnerd doordat ik begin dit jaar een publicatie las van Keiko Niijima, een Japanse wetenschapper die hier al haar hele leven onderzoek aan doet. Ze had nu allerlei historische gegevens vanaf 1912 over treinobstructies op een rijtje gezet en ontdekte dat de uitbraken elke acht jaar plaatsvinden. Alleen in de Tweede Wereldoorlog zitten er onregelmatigheden in de gegevens. En ze wist de verschillende soorten uit elkaar te houden, want eigenlijk zijn er drie soort trein-miljoenpoten. Ze kon de beesten ook kweken in het laboratorium en ze liet zien dat ze acht jaar nodig hebben voor hun ontwikkeling, van ei via een aantal larvestadia tot volwassen dier dat tevoorschijn komt. Tijdens de larvale ontwikkeling leven ze diep in de grond, ze graven een tunnel en zijn volkomen onbereikbaar voor de biologen.

Het is dus geen geheime kracht, niet de maan of de sterren die de cyclus veroorzaakt, maar gewoon de biologie. Het is behoorlijk zeldzaam in het dierenrijk dat dieren zo’n lange ontwikkeling hebben. Het enige vergelijkbare voorbeeld is dat van de dertien- en zeventienjarige cicades.  Ook die blijven als larve een hele tijd onopgemerkt en komen na 13 of 17 jaar massaal tevoorschijn. Ecologen zeggen dat het is om de roofdieren van de wijs te brengen. Geen enkel roofdier kan voorspellen wanneer ze tevoorschijn komen dus ze leren van jongs af aan om er niet naar te zoeken.

Nu blijkt achteraf uit het artikel van mevrouw Niijima dat ik precies tussen twee uitbraken in Japan geweest ben, in 2003 en 2006. De laatste uitbraak was in 2016, dus als ik ooit weer naar Japan ga moet het in 2024 zijn.

Facebook Comments