De slak moest met zijn kop naar links kijken, vond ik, naar het plaatje. Mijn boek over de evolutie van het bodemleven wordt verluchtigd met plaatjes van dieren die ik meestal overtrek van foto’s. Bij een grafiek over de evolutie van de landslakken had ik een plaatje van de zwarte wegslak gemaakt, een naaktslak die iedereen wel kent. Ik wilde de slak aan de rechterkant van het plaatje zetten, dus dan moest hij met zijn de kop naar links kijken, in de richting van de grafiek.

Zo wordt dat ook met krantenfoto’s gedaan. Een profielfoto die op de rand van linkerpagina staat moet van de rechterkant gefotografeerd zijn, zodat de persoon de pagina in kijkt. Anders kijkt de persoon weg van de tekst die over hem gaat, wat niet mooi is. Met die slak wilde ik dat ook zo, maar daarvoor moest ik de foto van de slak spiegelen. Onmiddellijk zag ik: hier klopt iets niet. De slak was namelijk van de rechterkant gefotografeerd. Dat doe je meestal want aan de rechterkant ligt de ademopening, midden in een gebied dat qua kleur een beetje afsteekt bij de rest van het dier. Biologen noemen dat de mantel. Achter de ademopening zit een holte die dienstdoet als long. Als je iets langer kijkt naar een slak zie je dat hij zijn ademopening af en toe open en dicht doet. De ademholte wordt gevormd doordat een huidplooi om het dier heen gegroeid is, op dezelfde manier als waarop een mantel om iemand heen valt. Maak een gat in de mantel en je snapt hoe een slak ademhaalt. Ik trek altijd speciaal een colbertje aan als ik dit uitleg aan de studenten, waarbij ik dan voorover buig, mijn jasje dichtknoop maar op mijn buik een opening vrijlaat.

Bij slakken ligt de ademholte vrijwel altijd aan de rechterkant. Daarom worden naaktslakken altijd van rechts gefotografeerd. De linkerkant is saaier, dat is gewoon een stuk slakkenhuid. Daarom zie je naaktslakken op plaatjes altijd van links naar rechts kruipen. Ook met het plaatje in mijn boek is het goed gekomen; de naaktslak staat er goed op, maar hij kruipt weg van zijn eigen evolutiegegevens.

Dat naaktslakken asymmetrisch zijn komt doordat ze afstammen van slakken met schelpen. Die schelp is vaak gewonden. Naaktslakken hebben hun schelp in de evolutie verloren maar ze hebben de asymmetrie van de huisjesslakken behouden. De schelp van een huisjeslak is bijna altijd rechts gewonden. Dat wil niet zeggen dat er geen linksgewonden schelpen zijn; bij veel rechtse soorten komen er zeldzaam toch linkse slakken voor, bij sommige soorten is de helft links en de andere helft rechts en er zijn ook slakkensoorten waarbij alle exemplaren links zijn.

Dit gaat het wel eens mis bij afbeeldingen. Mijn collega-bioloog en slakkendeskundige Menno Schilthuizen maakte me er kortgeleden op attent dat er een tuinslak met linksdraaiende schelp staat afgebeeld in de rubriek “Tot Ziens” van “Puur Natuur”, het ledentijdschrift van Vereniging Natuurmonumenten. Maar alle tuinslakken zijn rechtsdraaiend! Slechts 1 op 50.000 is linksdraaiend. Menno kijkt zijn hele leven al naar slakken dus dit viel hem direct op.

Heeft de ontwerper een zeldzaam exemplaar willen afbeelden? De tekst bij het plaatje gaat daar niet op in. Waarschijnlijk was de foto van een gewone, rechtsdraaiende, slak en heeft de ontwerper hem gespiegeld. Hij staat namelijk aan de rechterkant van de pagina en buigt zijn kop opzij. Voor de eenheid van de pagina is het mooier als de slak naar de tekst kijkt, dus naar links. Maar op het origineel keek hij naar rechts, dus de ontwerper heeft hem gespiegeld.

Puur Natuur is in dezelfde val getrapt als waar ik ook bijna in trapte. Maar Menno en ik zijn biologen, dus ons mag je dat aanrekenen. Verder neem ik het niemand kwalijk, behalve als u deze column gelezen heeft.

Facebook Comments