De gemiddelde leeftijd waarop Nederlandse moeders hun eerste kind krijgen is in 2019 voor het eerst gestegen tot 30 jaar. Dit werd afgelopen maand bekend gemaakt door het Centraal Bureau voor de Statistiek. Die leeftijd stijgt al jaren; vrouwen krijgen op steeds latere leeftijd hun eerste kind. Toen ik geboren werd kregen vrouwen hun eerste kind bij een gemiddelde leeftijd van 26 jaar. Mijn moeder was 24 toen ze mij kreeg, die zat daar nog onder. Bij mannen stijgt de leeftijd waarop ze voor het eerst vader worden ook, maar die ligt ruim 2 jaar hoger. Terwijl de vrouwen de 30 bereikten zaten in 2019 de mannen al op 32,8. Het zijn allemaal gemiddeldes, maar de trend is overduidelijk.

De groei van de wereldbevolking hangt sterk af van de leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen. Het is een bekend gegeven uit de demografie, de wetenschap die de bevolkingsopbouw en de veranderingen daarin bestudeert. Hoeveel mensen zijn er op een bepaald moment van een bepaalde leeftijdscategorie, wat is de kans om te overlijden als je die leeftijd hebt en wat is gemiddeld het aantal kinderen dat je krijgt op die leeftijd? Deze gegevens worden verzameld in bevolkingsstatistieken en geanalyseerd met wiskundige modellen. Het lijkt een saaie wetenschap, maar er zit een belangrijke praktische kant aan. De grootte en samenstelling van een bevolking heeft een directe relatie met de economie, de voedselvoorziening en de sociale verhoudingen. Op basis van modellen kunnen demografen voorspellen hoe de bevolking er in de toekomst gaat uitzien.

Maar ook evolutiebiologen zijn geïnteresseerd in demografie. Elke soort, of het nu een insect is of een zoogdier, heeft een levenscyclus met geboorte en sterfte. De variatie daarin is enorm. Sommige dieren produceren een gigantisch aantal nakomelingen die vrijwel allemaal opgegeten worden. Van de honderdduizenden larven die bijvoorbeeld een paling produceert blijft in de natuur maar een fractie in leven en wordt volwassen; daarom is het zo moeilijk ze te kweken, weet ik uit ervaring. Zet dit tegenover een Jan van Gent, die één ei per jaar legt en dat pas vanaf hun vijfde. Het idee van de evolutiebioloog is dat elke soort zijn eigen strategie volgt. Onder invloed van evolutie is de levenscyclus geoptimaliseerd en aangepast aan het milieu waarin de soort leeft.

Uit die theorie komt een belangrijk gegeven naar voren: niet alleen het totale aantal jongen dat je krijgt is belangrijk, maar ook de leeftijd waarop je eraan begint. In veel gevallen is de leeftijd bij eerste reproductie van groter belang dan het aantal jongen. Je mag dus verwachten dat elk dier zo snel mogelijk probeert aan de voortplanting te beginnen. Dat is ook het geval, maar er zijn ook nadelen aan een al te snelle start: je bent nog niet groot genoeg of kunt nog niet goed voor je jongen zorgen. Elke soort heeft hierin zijn eigen balans gevonden.

Maar de leeftijd van eerste reproductie werkt ook de andere kant op: als je erop uit bent om een bevolking juist niet snel te laten groeien moet je vrouwen ervan overtuigen dat ze later kinderen moeten krijgen. Dat argument wordt ook wel gebruikt in landen met een geleide bevolkingspolitiek. In plaats van dat je tegen de bevolking zegt dat ze niet meer dan twee kinderen mogen krijgen kun je ook proberen vrouwen ervan te overtuigen dat ze er niet aan moeten beginnen voor hun dertigste.

Gelukkig is bij ons de beslissing om kinderen te krijgen aan elke individuele vrouw en man en heeft de regering er niets over te zeggen. Maar de trend die het CBS vorige maand signaleerde past wel goed in het streven naar afvlakking van de bevolkingsgroei. De huidige menselijke bevolking is te groot voor deze aarde. Dat vrouwen hun eerste kind vrijwillig uitstellen, draagt bij aan een leefbare aarde voor de toekomst.

Facebook Comments