Op de leestafel van het stadskantoor viel mijn oog op het tijdschrift “Dier & Milieu” van de Vereniging Politie Dieren- en Milieubescherming.  De burgemeester van mijn woonplaats is voorzitter van die vereniging, vandaar.

Er zijn tijdschriften over de gekste dingen maar dat er ook een tijdschrift over politie en dieren bestaat kwam mij bijzonder vreemd over. “Wat moet de politie met dieren?” dacht ik. Maar o ja, natuurlijk, de politie heeft honden. Kennis van honden is belangrijk voor speurwerk en bewaking. En paarden! De bereden politie moet verstand hebben van paarden. Ze moeten geregeld met die beesten de straat op zodat ze gewend zijn aan het verkeer en niet op hol slaan bij aan ongeregeldheden.

Maar dit was allemaal nog veel te simpel gedacht. Bladerend door het tijdschrift zag ik een keur aan raakvlakken tussen politie en biologie. De politie heeft regelmatig te maken met handhaving van de dierenbeschermingswetten. Zo las ik bijvoorbeeld een interessant artikel over een oud-politieman die ook oud-medewerker van Vogelbescherming geweest was, over de illegale handel in vogels. Hij keek terug op zijn carrière die in 1971 begon toen hij afstudeerde van de politieacademie. Direct werd hij ingeschakeld voor een aanhouding in het buitengebied bij Tilburg, waar men een vogelvangplek ontdekt had. De verdachte had thuis een hele verzameling vinken, putters, sijzen, groenlingen, een geelgors en een zanglijster die hij hield in kooien. Probleem bij de vervolging was dat het volgens de Vogelwet van 1936 toegestaan was om putters e.d. te houden als “kooivogels”. Je mocht ze niet vangen maar wel in kooien houden. Een voorbeeld van Nederlandse wetgeving vind ik dat, vergelijkbaar met het beleid tegen softdrugs: een paar gram op zak is niet erg maar het kweken van cannabis is illegaal. Gelukkig is die oude Vogelwet opgevolgd door vele nieuwe wetten. Sinds 1 januari 2017 is de Natuurbeschermingswet van kracht die bescherming biedt aan alle inheemse vogels en hun belangrijkste leefgebieden.

Handel in vogels is alleen toegestaan voor zogenaamde cultuurvogels: dertien met name genoemde soorten. De handelaar moet aantonen dat de vogels in gevangenschap gekweekt zijn. Ze moeten een speciale ring dragen die dat bewijst. Maar er wordt nog steeds mee gesjoemeld. Zo worden er bijvoorbeeld vogels gevangen in Zuid-Europa, die geringd worden met ringen die door handlangers in Nederland besteld worden bij door de overheid erkende vogelhoudersbonden. De vogels worden dan in het buitenland geringd en per bestelbusje naar Nederland vervoerd. Dan zijn ze zogenaamd witgewassen en worden ze verhandeld. De vogelspecialisten van de politie bezoeken regelmatig de vogelmarkten om te kijken of er verdachte transacties plaatsvinden. Het blijkt een moeilijk uit te roeien activiteit, kennelijk omdat de illegale handel in mooie kooivogels veel geld oplevert.

Ik stond met mijn oren te klapperen over de uitgebreidheid van de illegale vogelhandel. Dat er een taak ligt voor de inspectie en de politie is overduidelijk. En ook dat daar biologische kennis over de vogels en hun verspreidingsgebied voor nodig is. Ik dacht aan de opleiding biologie waar ik jarenlang voor gewerkt hebt. Nooit heb ik me gerealiseerd dat in een cursus natuurbescherming het onderwerp illegale handel thuishoort. Mijn studenten zijn niet opgeleid voor een baan bij de afdeling Dieren en Politie.

Maar gelukkig hebben we de Vereniging Politie Dieren- en Milieubescherming, die zich tot doel stelt, zo las ik in het colofon van het tijdschrift, om de kennis over dierenbescherming te vergroten bij de wetshandhavers. Maar tot mijn schrik las ik verderop in het tijdschrift dat de vereniging op het punt staat opgeheven te worden! Zoals bij bijna alle verenigingen hebben ze te weinig nieuwe mensen om de continuïteit te waarborgen. De vereniging heeft een kroonkraanvogel in hun logo, het symbool van een lang en gelukkig leven, maar of die ze gaat redden is de vraag. Zijn er niet een paar enthousiaste vogelaars of biologen in het land die de vereniging uit de brand kunnen helpen?

Facebook Comments