Op het laatste nippertje heb ik nog twee alinea’s over draadwormen toegevoegd aan mijn boek over ongewervelde bodemdieren. Ik twijfelde erover, want draadwormen zijn eigenlijk waterdieren. Maar ze leven als parasiet in allerlei beestjes die over de grond scharrelen zoals loopkevers, krekels, sprinkhanen, miljoenpoten, enz. Mijn boek gaat over bodemdieren dus hun parasieten horen erbij.

En het leuke is: draadwormen hebben zo’n interessante levenscyclus, net als trouwens zoveel parasieten. Stelt u zich het volgende voor: een jonge draadworm is een heel dunne en lange worm, lijkend op een paardenhaar. Ze zitten in de darm van bijvoorbeeld een sprinkhaan. De worm wordt ouder en wil zich voortplanten. Maar om de een of andere reden moet de voortplanting per se in het water plaatsvinden. Hoe kom je van een sprinkhaan in het water? De worm scheidt stoffen uit die het gedrag van de sprinkhaan beïnvloeden. De sprinkhaan wordt waterminnend, hij gaat rondlopen op zoek naar water. Als hij een plasje, sloot of stroompje gevonden heeft springt hij erin. Een sprinkhaan die in het water springt, hoe kan dat? De worm in het beest dwingt hem er toe. Het is een effect op de hersenen, maar hoe het werkt weten we niet.

Zodra de worm merkt dat de sprinkhaan in het water terecht gekomen is komt hij tevoorschijn via de anus en verlaat de gastheer. De sprinkhaan verdrinkt. De worm zoekt in het water naar een partner en plant zich voort. Dat gaat met een heleboel wormen tegelijkertijd. Die draden kronkelen in elkaar, mannetjes en vrouwtjes, tot een grote kluwen. Het is een soort groepsseks; eieren en sperma worden in het water gespuid en na de bevruchting zakken de eieren naar de bodem.

Toen ik dit een keer vertelde bij een lezing stelde ik het publiek de vraag: stel dat je aan de rand van een zwembad staat en ontzettend veel zin krijgt om erin te springen, weet je dan zeker dat jij het bent die dat wil of is het de worm in je die je ertoe dwingt? Maar draadwormen komen gelukkig niet bij mensen voor, dus de vraag is nutteloos.

De kluwen van parende draadwormen doet mij altijd denken aan het snoer van mijn hengel dat de neiging had om “in de tist” de raken als de hengel een tijdje in de schuur gestaan had. Het is een Westfriese uitdrukking, maar u begrijpt wat ik bedoel. Ik was dan een hele tijd bezig om het snoer uit de tist te halen. Alexander de Grote was niet zo geduldig. Volgens de overlevering kwam, in de vierde eeuw voor Christus, de Griekse veldheer Alexander de Grote, terug van zijn veroveringstocht in Perzië, aan in Gordion, de hoofdstad van Phrygië. Daar had men een touw gespannen met een knoop die zo ingewikkeld was dat niemand haar kon ontwarren. Een orakel had gezegd dat de man die de knoop uit de tist zou kunnen halen de heerser over heel Azië zou worden. Alexander pakte zijn zwaard en hieuw de knoop met één slag doormidden. Tot op de dag van vandaag wordt een onoplosbaar probleem aangeduid als een “Gordiaanse knoop”. Maar ook tot op de dag van vandaag heet de draadworm “Gordius”, iets wat de gymnasiast-bioloog natuurlijk gelijk begrijpt, en u nu ook.

Het verhaal is nog niet af, want hoe komt de larve die uit het ei kruipt weer in een sprinkhaan? De larve van de draadworm zoekt in het water een insectenlarve, bijvoorbeeld van een mug en nestelt zich daarin. De insectenlarve verpopt, er komt een mug uit, die uit het water opstijgt, in de lucht vliegt en neerstrijkt op de grond. De draadworm wurmt zich dan naar buiten en zoekt vervolgens een sprinkhaan.

Het is het wonderlijke maar ware verhaal van de draadworm en de Gordiaanse knoop dat nog op het laatste nippertje in mijn boek terecht gekomen is.

Facebook Comments