Ik had in mijn studententijd een vriend die een pagina uit een boek zou opeten als hij zou slagen voor een tentamen. Het was een dik studieboek over scheikunde, echt moeilijke stof voor ons biologen. Ik pakte afgelopen week datzelfde boek, tenminste mijn eigen exemplaar, omdat ik iets wilde opzoeken over enzymen. Ik heb veel van mijn studieboeken bewaard, zelfs nog van de middelbare school, want ja, het kan je zomaar gebeuren dat je iets wilt weten over enzymen en het Michaelis-Menten-model; hoe zat die formule ook alweer in elkaar? Dan pak ik mijn scheikundeboek want ik weet precies waar het staat.

Het valt me op dat oude studieboeken overzichtelijker zijn dan moderne. In een studieboek wil je niet al te veel afleiding. Alles moet er helder en duidelijk instaan, overzichtelijk vooral, zonder al te veel plaatjes en geen kletsverhaaltjes alstublieft. Er was een tijd dat studieboeken zo mooi mogelijk gemaakt werden, met kleurige platen, interviews en allerlei verhalen uit het dagelijks leven die zogenaamd de stof moesten verlevendigen. Maar als ik studenten spreek dan hebben ze helemaal geen behoefte aan grote dikke boeken vol kleurenplaten die ook hartstikke duur zijn. De plaatjes vinden ze wel op het internet. Een studieboek moet vooral compact en overzichtelijk zijn. “Er moet instaan wat we moeten leren, meneer”. Ik weet niet of het u wel eens overkomt dat u opeens iets wilt weten over enzymen en het Michaelis-Menten-model, maar voor mij is het een geruststelling te weten dat, mocht me zoiets overkomen, dat oude studieboek altijd voor me klaar staat.

Zo pakte ik dus ook het boek waarvan mijn vriend een bladzijde had opgegeten. Welke pagina in het boek ontbrak kon ik niet meer ontdekken want mijn boek heeft een stuk of tien verhuizingen meegemaakt, van muffe studentenkamers tot vochtige zolders. Het was iets met een grote tabel. Hij was geslaagd voor het tentamen dus hij moest wel; ik geloof dat hij er appelstroop op deed. Het viel nog niet mee weet ik nog, want het papier was vrij dik.

Er schijnt trouwens een traditie te zijn onder bepaalde Amerikaanse boekenliefhebbers, om elk jaar op 1 april een boek op te eten. De daad staat symbool voor de consumptie van literatuur. Maar als ik het goed begrijp eet men geen echte boeken, maar taarten in de vorm van boeken, of taarten die het onderwerp van een bepaald beroemd boek uitbeelden. Dat haalt het natuurlijk niet bij de heroïsche daad van mijn studentikoze vriend.

Het zal niet voor iedereen gelden, maar boeken zijn mijn lust en mijn leven. Het is zelfs zo erg dat ik aan de mondiale boekenbrij nog verschillende zelfgeschreven boeken heb toegevoegd. Zo ben ik nu bezig met het tweede deel van mijn Encyclopedie van de Evolutiebiologie. Ik nader de 1000 onderwerpen (elk onderwerp in 250 woorden, dus tezamen een kwart miljoen woorden) dus er moet nu maar eens een eind aan komen. Ik schrijf hoofdzakelijk vanuit mijn geaccumuleerde kennis van vele jaren onderwijs, maar toch moet je steeds dingen opzoeken om er zeker van te zijn dat het correct is. Voor het schrijven van een encyclopedie is een goede boekenkast onmisbaar, evenals trouwens het internet.

En tenslotte: als u een term tegenkomt uit de evolutiebiologie waarvan u erg graag wilt dat hij opgenomen wordt in mijn encyclopedie, uw favoriete orgaan van het menselijk lichaam, uw favoriete bot, een beest of een evolutionair principe dat u nog nooit goed heeft begrepen, stuur het naar me op en dan bekijk ik of het er nog bij kan, als ik het niet al over geschreven heb. En u hoeft mijn boek niet op te eten als u het te zijner tijd koopt.

Facebook Comments