Morgen verschijnt mijn nieuwe boek, een encyclopedie van de evolutiebiologie. Wie schrijft er tegenwoordig nog een encyclopedie, hoor ik u denken, en die vraag stelde ik me ook. Maar juist vanwege het internet zijn de mogelijkheden om brokken kennis weer te geven en tot je te nemen, enorm toegenomen. Het wordt steeds belangrijker dat die kennis waarheidsgetrouw, authentiek en traceerbaar is. Er wordt van alles aan onzin verkondigd op het web, maar de wetenschap is nog relatief gespaard gebleven van apekool en nepnieuws, vandaar het succes van het kennisplatform Wikipedia, waar door vele wetenschappers in anonimiteit aan gewerkt wordt. Daar komt dus vanaf morgen een nieuw platform bij: mijn encyclopedie van de evolutiebiologie (met speciale aandacht voor de evolutie van de mens), beschikbaar via Ensie.

Nu staat Ensie voor een nogal oubollige afkorting namelijk: “Eerste Nederlandse Systematisch Ingerichte Encyclopedie”. Ensie bestaat als reeks dikke boeken al vanaf 1946, maar in de loop van de jaren zijn ze gestopt met die boeken. Wie wilde ze nog hebben? Maar vanaf 2014 zijn een stel jonge honden in Nijmegen de oude encyclopedieën aan het digitaliseren en ze nodigen ook wetenschappers uit om nieuwe encyclopedieën op het internet te maken. Zo kwam ik bij de club en ik moet zeggen, het bevalt me. Ensie wilde nu mijn eerste 446 artikelen uitgeven als boek. Ik zei “Ik dacht dat we juist een volledig digitale encyclopedie nastreefden? Waarom weer terug naar een boek?”. Maar ze zien ook een markt voor een boekversie en nu het eerste deel verschijnt moet ik zeggen, dat heeft ook wel wat, vooral door de mooie vormgeving. En uit een boek leest het beter dan van een computer.

Het maken van zo’n encyclopedie lijkt een hele klus, maar het voordeel is dat het werk bestaat uit talloze kleine partjes die gemakkelijk even tussendoor gedaan kunnen worden. Ik ben nu al bezig aan deel II, dat hopelijk over een jaar kan verschijnen.

Toen ik er mee begon had ik niet verwacht dat het zoveel weerklank zou krijgen. Via de website kun je bijhouden hoe vaak er naar een bepaald onderwerp gezocht wordt en hoe vaak er op geklikt wordt. Mijn best scorende onderwerp is “altruïsme”; 51.822 keer is daar tot nu toe naar gekeken, ik vond dat een onvoorstelbaar getal.

Maar goed, mijn belangrijkste uitdaging is dat het een Nederlandstalige encyclopedie is, terwijl de termen van de moderne biologie bijna allemaal Engels zijn. Wat doe je daarmee? Ik vond het een worsteling. Sommige Engelse woorden zijn zo ingeburgerd dat je ze haast niet meer kunt vertalen. Denk aan DNA: niemand schrijft DNZ, wat het eigenlijk zou moeten zijn in het Nederlands. De Fransen schrijven ADN en de Duitsers DNS dus waarom niet DNZ in het Nederlands? (de Z is van zuur, de S van Säure en de A van acide en acid). Toch heb ik het gehouden bij DNA. Maar er zijn ook Engelse termen waarvoor ik een nieuw Nederlands woord heb uitgevonden. Jawel, ik noem me neoloog. Een voorbeeld is “genoomcorrectie”, wat een goed Nederlands woord is voor “genome editing”, volgens mij.

Een andere reden om Nederlandse woorden te kiezen is dat het bijdraagt aan het begrip van het begrip. Ik moet nog altijd denken aan een studente bij ons practicum met mosselen, jaren geleden. We hadden toen een Engelse practicumhandleiding. Ze maakte een tekening van de mosselschelp en schreef bij de bovenkant: “hinge”. “Wat betekent dat”, vroeg ik. “Het betekent hinge, dat staat in de manual, meneer” was het antwoord. Ik weet zeker dat als de student “scharnier” had geschreven ze beter had begrepen wat er feitelijk bedoeld werd. Zo heb ik me door de evolutiebiologie geworsteld, schipperend tussen Nederlands en Engels, soms met een ingeburgerd Engels woord, soms met een Nederlands neologisme. U moet maar beoordelen of mijn actie geslaagd is.

 

Facebook Comments