Zal ik een mooie gekleurde boerenzakdoek als bandana om mijn neus en mond knopen als ik straks weer het openbaar vervoer in ga? Als man van mijn leeftijd heb ik altijd een zakdoek bij me. Het is overal nuttig voor, niet alleen om je neus af te vegen maar ook om een paar druppels koffie weg te werken of de bougie van je brommer mee schoon te maken. Dat laatste overkomt mij niet elke dag meer maar vroeger was het essentieel voor je functioneren als man.

Het moet natuurlijk wel een schone, heet gewassen en gestreken zakdoek zijn, als ik ermee het openbaar vervoer in ga. Je loopt toch voor gek dus waarom geen zakdoek? Het RIVM is van mening dat een zelfgemaakt mondkapje weinig uithaalt, misschien zelfs de besmettingskans groter maakt bij mensen die dat ding steeds op en af doen. Onze minister-president laat het aan onze eigen fantasie over om er wat van te maken.

Maar ik worstel ermee. Het virus is een bolletje van ruim 100 nanometer, dat wil zeggen dat je op één millimeter bijna tienduizend virusdeeltje achter elkaar kunt leggen. Je kunt je voorstellen dat zulke kleine deeltjes overal doorheen gaan en dat alleen professionele, medische maskers met heel fijne filters daar wat aan kunnen doen. Een zelfgemaakt mondkapje houdt net zo weinig tegen als een zakdoek, zou ik denken.

Ik heb een goede relatie met mijn zakdoek. Jaren geleden, bij een onderzoeksproject in Indonesië, daalde ik met een paar collega’s af in de krater van Kawah Ijen, op Oost-Java. De krater is gevuld met een meer, ik schat van een kilometer doorsnee, dat er werkelijk prachtig azuurblauw bijligt. Maar het water is extreem zuur, ongeveer 1000 keer zuurder dan sterke azijn. Is er onder die extreme omstandigheden leven mogelijk, dat wilden we weten. Misschien vonden we voor het eerst een beestje dat bestand is tegen sterk zuur, dat zou een baanbrekende ontdekking zijn.

Vanaf de parkeerplaats moet je eerst een paar uur omhooglopen over een goed begaanbaar pad. Vanaf de rand van de krater heb je dan een magnifiek uitzicht op het meer. Het borrelt een beetje en er komen geregeld wolken zure dampen tevoorschijn, die als gele zwavel neerslaan tegen de rotswand. Het is dan nog een half uurtje naar beneden klauteren over de rotsen, naar de rand van het meer waar we watermonsters zouden nemen.

Voor de dampen waren we niet bang, want we liepen daar omheen, dachten we, maar dat was een misrekening. Het probleem is namelijk, als zo’n wolk op je afkomt zie je niks meer. Dus je kunt ook niet even een paar meter opzij stappen om uit de rook te komen, want je ziet niet waar je loopt. Het is op die helling veel te gevaarlijk om van je plek te gaan; je moet blijven staan. Het was volkomen onverantwoord wat we deden. Toen had ik dus een mondkapje nodig.

Gelukkig had ik mijn zakdoek bij me, groot genoeg om voor mijn neus en mond te knopen. Die zakdoek heeft me gered. Een deel van de zure dampen heb ik waarschijnlijk wel ingeademd, maar het stof met de akelige zwaveldeeltjes werd tegengehouden. Ziedaar de reden dat ik een zwak heb voor zakdoeken.

De zakdoek heeft al lang afgedaan als standaard-attribuut in een vrouwentas en is ook aan het verdwijnen uit de herenzak. Veel mensen vinden zo’n ding onhygiënisch. Maar het stuit me tegen de borst om in plastic verpakte papiertjes te gebruiken, waar bomen voor gekapt zijn, die je vervolgens weggooit. Voor een zakdoek moet wel katoen geoogst worden, maar hij gaat jaren mee. U ziet dat ik er mee worstel. Wordt het een eerherstel voor de stoere mannelijke zakdoek, of wordt het een bandana, of toch een zelfgemaakt mondkapje?

Facebook Comments