Mijn collega John de Vos, werkzaam als emeritus bij Naturalis in Leiden, vroeg me om commentaar bij een artikel dat hij kortgeleden in het toptijdschrift Nature heeft gepubliceerd. “Ik heb 19 jaar aan dit verhaal gewerkt” zei hij. “Het idee was er al in 1999, maar nu is het bewezen”. Ik schrijf ik er hier over, omdat het illustreert met welk geduld en vasthoudendheid onderzoekers soms aan het werk zijn om een idee dat ze fascineert, bevestigd te krijgen.

Met een groot internationaal team (niet minder dan tien nationaliteiten telde ik in de publicatie), hebben John en zijn voormalige promovendus Gert van den Bergh, die nu in Australië woont, een opgraving uitgeplozen in de provincie Kalinga op het eiland Luzon van de Filipijnen. Al eerder waren daar in de buurt stenen werktuigen gevonden, eenvoudige hakstenen en hamerstenen die duidelijk door mensen gemaakt zijn, maar men wist er nooit goed raad mee en kon ook niet vaststellen hoe oud ze waren. Fossielen van mensachtigen die er mee in verband gebracht konden worden waren er ook niet. Het oudste menselijke fossiel op de Filipijnen is 67 duizend jaar oud, gevonden in een grot bij de plaats Callao.

Maar in 2013 kwam men op het spoor van een nieuwe schat aan materiaal. Bij Kalinga werden meer dan 400 botten uitgraven, onder andere een behoorlijk compleet skelet van een Filipijnse neushoorn dat helemaal uit elkaar lag; kennelijk was het beest geslacht. De ribben vertoonden snijsporen, alsof iemand met een scherpe steen het vlees er af had gesneden. Twee botten waren gebroken en wekten de indruk dat iemand ze tegen de grond had geslagen om toegang te krijgen tot het merg.

Maar het meest opmerkelijke is de datering: het materiaal is ruim 700 duizend jaar oud, dus veel ouder dan de mens uit Callao van 67 duizend jaar geleden. De mensen die als eersten op de Filipijnen leefden moeten wel behoren tot de oude uitgestorven soort Homo erectus. We kennen die ook uit Indonesië (de Javamens) en China (de Pekingmens). Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat Homo erectus af en toe op zee belandde en toevallig op de eilanden van de Filipijnen terecht kwam. De Callao-mens is wellicht te beschouwen als een afstammeling van deze oermensen, op dezelfde manier als waarop de Floresmens een afstammeling is van de Javamens. En interessant is dat zowel bij de Floresmens als bij de Callao-mens een vorm van dwerggroei is opgetreden; het zijn beide hele kleine mensjes. De moderne mens, waartoe wij, en de huidige inwoners van de Filipijnen en Indonesië behoren, kwam pas later aan in Azië, na migratie uit Afrika.

Achter elke belangrijke ontdekking in de wetenschap zit een verhaal. Hier is dat de jarenlange vasthoudendheid en doorzettingsvermogen van de onderzoekers. Stel je bent er van overtuigd dat er meer dan een half miljoen jaar geleden al mensen leefden op de Filipijnen. Hoe bewijs je dat? De eerdere vondsten geven wel een suggestie, maar de datering is onbetrouwbaar. Je gaat op zoek naar een plek waar stenen werktuigen en fossielen nog in de aardlagen zitten, zodat je kunt vaststellen hoe oud ze zijn. Je struint de eilanden af, maar waar te beginnen? Dan komt John de Vos op een idee; hij weet een plek: we gaan zoeken in Kalinga. Je stelt een team samen, zoekt sponsors, organiseert een expeditie en begint te graven. Al bij de eerste sleuf die je maakt stuit je op neushoornbotten. En dan alles netjes uitgraven, documenteren en materiaal verzamelen voor de datering. En een publicatie in Nature: het bewijs is rond, na 19 jaar.

Er zijn tijden dat ik wat vaker in het veld zou willen rondlopen om ontdekkingen te doen in plaats van de boekenwurm te spelen.

Facebook Comments