Het was natuurlijk niet de enige reden waarom ik naar Ethiopië ging maar toen ik toch in Addis Abeba was kon ik er niet onderuit een bezoek te brengen aan mijn geliefde Lucy. Al twee keer eerder heb ik over haar geschreven in deze krant, de eerste keer op 11 mei 2007, toen ik bij het zingen van “Lucy in the sky with diamonds” in de collegezaal getroffen werd door de mooie ogen van een studente op de eerste rij en de tweede keer op 7 maart 2014 toen ik besloot dat het nu wel mooi was geweest met die aanstellerij, een besluit dat ik overigens niet heb uitgevoerd. Maar wat pas vorige week tot me doordrong (Peter Klaren maakte me daar op attent) was dat de Lucy waar de Beatles over zongen echt bestaan heeft. De zoon van John Lennon, Julian, toen 4 jaar, kwam een keer thuis van school met een tekening; toen John hem vroeg wat het voorstelde zei hij: “Dit is Lucy in the sky with diamonds”, en hij doelde daarmee op een klasgenootje waar hij vaak mee optrok, Lucy O’Donnell. Lennon gebruikte dat beeld vervolgens in een nummer voor het baanbrekende album uit 1967, “Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band”. Die plaat was populair bij de onderzoekers die een paar jaar later in Ethiopië een al even baanbrekend fossiel vonden dat daardoor Lucy ging heten.

Dus behalve de drie Lucy’s waar ik in 2007 aan  refereerde, namelijk het meisje op de eerste rij in de collegezaal, het meisje met caleidoscopische ogen van de Beatles, en het fossiel van onze voorouder Australopithecus afarensis, bestaat er nog een vierde Lucy! Daarbij komt dat Lucy O’Donnell leed aan een ongeneeslijke ziekte en op 46-jarige leeftijd overleden is, nota bene in 2009, het Darwinjaar en het jaar waarin mijn boekje “Het meisje met caleidoscopische ogen” uitkwam, dat ik nu dus beschaamd achteraf aan Lucy O’Donnell opdraag.

Ik sluit niet uit dat u aan het bovenstaande geen touw kunt vastknopen als u geen student van de VU bent of regelmatige lezer van mijn columns, daarom nu wat feitelijker over Lucy.

Het is een fossiel van een op twee benen lopend aapmensachtig wezen dat 3,2 miljoen jaar geleden leefde in Oost-Afrika en opgegraven werd in 1974 in de Afar-regio van Ethiopië. Lucy wordt beschouwd als de voorouder van een heel stel mensachtigen waaronder de moderne mens. Het artikel uit 1978 waarin Donald Johanson het fossiel voor het eerst in beschreef stelt trouwens werkelijks niks voor; het staat in een museumblaadje. Collega John de Vos uit Leiden vertrouwde me toe dat hij het een zware onvoldoende had gegeven als het een stageverslag van een student was geweest. Maar ook met een flutartikel kun je wereldberoemd worden.

De fossiele overblijfselen van Lucy liggen in een vitrine in het Nationaal Museum in Addis Abeba. Ik stond er met ontroering naar te kijken. Zo’n beroemd fossiel, dat ik jarenlang in mijn colleges behandeld heb, waar ik nota bene een boektitel aan heb ontleend, lag daar nu voor me achter glas. En bovendien lag daar niet alleen Lucy, maar ook een fossiel van een 3-jarig kind, behorend tot dezelfde soort als Lucy, dat de naam Selam gekregen heeft. Ook dat was een bekende voor mij want het artikel uit 2006 waarin ze beschreven wordt heb ik jarenlang als studiemateriaal in mijn cursus gebruikt. En of dat allemaal niet genoeg was, had het museum ook een vitrine met de fossiele resten van een oudere soort, bijgenaamd Ardi, plus nog vier andere beroemde fossielen gevonden in Ethiopië, waarvan ik u de namen zal besparen. Het zijn allemaal kopieën, ik weet het, de originelen liggen achter slot en grendel, maar toch liet ik me gaan in een golf van enthousiasme; de Lucy-zaal van het Nationaal Museum in Addis Abeba was een emotionele reünie met een heel stel oude geliefden.

Facebook Comments