Afgelopen week kreeg ik de verlossende brief dat er ook dit keer geen bloed in mijn ontlasting was aangetoond. Ik heb al twee keer eerder aan het bevolkingsonderzoek naar darmkanker meegedaan en ik dacht: “Weten ze het nu nog niet? Het lijkt wel of ze net zo lang doorgaan tot ze wat vinden”. Daarom had ik de envelop eerst even laten liggen en pas toen ik een herinnering kreeg heb ik de test gedaan (met een stokje drie keer in je uitwerpselen prikken en dan in een zakje opsturen). Het vergt bij mij enige logistiek, want meestal deponeer ik mijn hoop ’s-morgens in de WC op mijn werk en bij mijn toilet thuis zijn speciale maatregelen nodig om te voorkomen dat de hoop direct onbereikbaar in het gat verdwijnt. Ik maak u maar deelgenoot van mijn moeite, omdat de begeleidende uitleg er nogal makkelijk over doet.

Maar goed, ik kreeg nu weer voor de derde keer een goede uitslag. Over twee jaar gaan ze me weer lastig vallen. Het viel me achteraf op hoe irrationeel ik er op reageerde (“weten ze het nu nog niet?”). Terwijl ik toch geacht wordt een weldenkend mens te zijn reageerde ik als een kind. Het viel me op dat ook mensen in mijn omgeving zo’n reactie hadden. Een collega zei: “O, dat darmonderzoek? Nou, daar doe ik niet aan mee, hoor. Ik stuur die rommel gelijk terug.” Het is een reactie die in dezelfde categorie valt als die van de vaccinatieweigeraars en de mensen die geen griepprik willen hebben: irrationeel. Toen ik een tijdje geleden een uitnodiging voor de griepprik kreeg zei ik: “Nee dat hoeft niet hoor”. “Dan noteren we u als griepprikweigeraar” zei de arts aan de telefoon. Maar dat hoeft nou ook weer niet. Ik ben niet principieel tegen de griepprik, maar ik voel me nog te jong om er een te krijgen. Ik ben nooit ziek en zelfs bij een griepepidemie ben ik hoogstens wat verkouden, allemaal geen reden om die prik te halen.

Er zijn ook kennissen van me die eenmaal per jaar naar de huisarts gaan voor een preventief gezondheidsonderzoek. PSA-waarde, suiker, cholesterol, bloeddruk, de hele reut. Het is toch mooi om te weten dat alles in orde is? Maar ik hoef dat niet te weten. Ergens denk ik dat als ik me nergens op laat onderzoeken ik ook niks heb. En stel dat er toch iets is, dan moet er vervolgonderzoek gedaan worden en wie weet wat daar dan weer uit komt. Het is pure struisvogelpolitiek natuurlijk. Ook hierbij viel het me op hoe irrationeel ik op deze dingen reageer. Mijn vrouw is veel verstandiger. Die doet gewoon wat het beste is; ze heeft nooit wat en ze weet ook dat ze niks heeft.

Wat bij mij uiteindelijk de doorslag geeft in dit soort dingen is het vertrouwen in de deskundigen. Waarom zou ik het beter weten dan mensen die er voor geleerd hebben, die hun hele leven niks anders doen dan uitrekenen wat de kans is dat je een ziekte opspoort en of dat opweegt tegen de onzekerheid die je mensen meegeeft als je ten onrechte wel iets aantoont. Het is juist dat gebrek aan vertrouwen in de medemens waarvan de hele maatschappij meer en meer doortrokken lijkt, dat fnuikend werkt op het rijksvaccinatieprogramma en de bevolkingsonderzoeken. Maar het slaat natuurlijk nergens op. Wat voor reden heb ik om te twijfelen aan de deskundigheid van het RIVM en de Gezondheidsraad? Trouwens, voor een deel zijn het gezondheidswetenschappers die ik zelf heb opgeleid, dus zo dom kunnen ze niet zijn.

Ongefundeerd wantrouwen komt voor bij zowel hoog- als laagopgeleiden. Uw bioloog had ook die neiging. Het zal mijn reptielenbrein zijn. Maar even wat nuchterheid van de prefrontale cortex eroverheen loste het op.

Facebook Comments