Daar zat ik zomaar op een bijeenkomst midden tussen de boeren om te praten over natuurinclusieve landbouw. De Natuur en Milieufederatie Noord-Holland organiseerde een kenniscafé over het onderwerp bij de familie Out in de Purmer. Melkveehouder Jan Out vertelde enthousiast over zijn ervaringen met een kruidenrijk grasland, ingezaaid met een mengsel waarin niet alleen raaigras zat maar ook rode en witte klaver, cichorei, smalle weegbree, kleine pimpernel en nog een aantal andere mooi bloeiende planten. Het weiland zag er in de zomer prachtig uit, liet Jan zien op foto’s, en bij de laarzenexcursie zag je daarvan nog de overblijfselen. Het is duidelijk goed voor de insecten, de biodiversiteit en de langsfietsende voorbijganger.

Maar waarom zou je dat doen als boer, vraag je je af. Een boer is geen kweker van bloemplanten. De ervaringen van de verzamelde boeren waren ook niet allemaal positief. “Ik ken genoeg boeren die helemaal niks moeten hebben van die fratsen” zei er een. “Het gaat om een gezonde bedrijfsvoering. We hebben al problemen genoeg met al die ganzen”. Veel boeren in de drassige weilanden van Noord-Holland worstelen om het hoofd boven water te houden. In dezelfde week werden we opgeschrikt door berichten over de onrustbarende toename van depressies en zelfmoorden bij boeren.

Toch was melkveehouder Jan Out positief. Het kruidenrijke grasland was heel goed door de droge zomer gekomen. De beworteling van de bodem is beter met een mengsel van kruiden en gras. En het maaisel is rijker aan mineralen. Zo had hij bijvoorbeeld de concentraties van selenium en kobalt laten meten. Die waren in het kuilgras hoger dan normaal. Selenium is een sporenelement dat elk dier nodig heeft, zowel koeien als wij. Het is nodig als bescherming tegen schadelijke stofwisselingsproducten. Kobalt is nodig voor vitamine B12 dat gemaakt wordt door darmbacteriën en opgenomen wordt in het lichaam. In gewoon gras zit niet veel selenium en kobalt. Door kruiden in te zaaien nemen de gehaltes in de kuil toe, waardoor de koeien gezonder worden en er minder bijgemest hoeft te worden.

Ik stond versteld. Dit is de kennis die je tegenwoordig als boer moet beheersen, en nog veel meer, want je moet niet alleen verstand hebben van sporenelementen maar ook van bodemkunde, melkkwaliteit, dierenwelzijn, de techniek van de melkrobot en de trekker, en niet te vergeten de administratie en financiële boekhouding. Soms moet je als gezin beslissingen nemen over investeringen waar in de industrie de directeuren voor bij elkaar komen. Je moet tegenwoordig minimaal een Hbo-opleiding hebben om een boerenbedrijf met verstand te kunnen draaien. En dan moet je ook nog een halve communicatiespecialist zijn om het imago van de boerenstand op peil te houden.

Ik ben natuurlijk geen boer maar ik voel me wel verbonden met het Hollandse platteland. Mijn vader was bloembollenkweker en als schooljongen spendeerde ik heel wat uren met mijn vrienden roeiend en slootjespringend in de weilanden. Daarom voelde ik me wel thuis op de bijeenkomst over natuurinclusieve landbouw.

In de wereld waar ik professioneel in verkeer, de ecologie, heerst een ander beeld van de landbouw. De landbouw krijgt steevast de schuld van de achteruitgang van insecten en vogels , wat niet altijd terecht is. Veel ecologen zeggen dat het agrarisch gebied eigenlijk verloren is voor de natuur en dat je de natuur alleen kunt beschermen door een strikte scheiding tussen natuurgebieden en landbouw. Maar anderen willen juist de kwaliteit van de natuur in het agrarisch gebied zelf verbeteren, met natuurinclusieve landbouw. Die stroming zegt dat je de agrarische sector nodig hebt voor een effectieve natuurbescherming.

Ik voel het meeste voor het laatste standpunt. De bijeenkomst op de boerderij van de familie Out versterkte me in die mening. Ga door boeren, met dat kruidenrijke grasland!

Facebook Comments