De coronaviruspandemie is behalve een ramp voor de volksgezondheid en de economie ook een unieke oefening in evolutiebiologie. Nu er meer en meer varianten opduiken, de Engelse, de Duitse, de Zuid-Afrikaanse en de Braziliaanse, kunnen we ook meer zeggen over de oorsprong van het virus, de verspreiding over de wereld en de aanpassingen aan steeds nieuwe gastheren. Tot nu is het erfelijk materiaal van het coronavirus ongeveer 260.000 keer van voor naar achteren uitgelezen. Elke leesbeurt geeft een kralensnoer van ongeveer 30.000 kralen, de lengte van het erfelijk molecuul van het virus. Bij elkaar geeft dat dus een tabel met 30.000 kolommen en 260.000 rijen, iets waar de biologen hun vingers bij aflikken. Er is nog nooit een bacterie, plant of dier geweest waar zoveel erfelijke informatie over bekend is geworden in zo’n korte tijd. Wat je daaruit kunt concluderen begint nu langzamerhand in de wetenschappelijke literatuur door te dringen en daarom vertel ik er hier ook iets over.

Dat van het virus verschillende varianten opduiken is niks nieuws. In elk organisme treden erfelijke veranderingen op bij de voortplanting. Daardoor krijgen onze kinderen niet alleen een combinatie van de eigenschappen van hun vader en moeder maar ook nieuwe eigenschappen die noch vader noch moeder had, maar ontstaan zijn bij de vorming van eicellen of spermacellen. De biologen noemen dat een mutatie.

Bij de mens zijn zulke mutaties relatief zeldzaam. Maar omdat virussen zich zo krankzinnig snel voortplanten, met heel veel virusdeeltjes, valt het bij virussen meteen op. Voor het coronavirus is uitgerekend dat gemiddeld één keer per elf dagen een stukje erfelijk materiaal van kleur verandert (d.w.z. één van die 30.000 kralen). De meeste van die mutaties hebben geen effect, d.w.z. ze veranderen niet de ziekmakende werking of de besmettelijkheid. Het hangt ervan af welk deel van het erfelijk materiaal is veranderd. De Britse variant heeft toevallig 17 mutaties in één keer gekregen en zou een probleem kunnen worden. Maar hoe de verschillende mutanten zich gaan ontwikkelen is erg moeilijk te voorspellen.

Met al die verschillende mutaties op een rijtje kun je de oorsprong van het virus uitrekenen. Namelijk, de virusdeeltjes die voor het eerst naar de mens oversprongen waren met maar weinig en allemaal van hetzelfde type. In de loop van de tijd, naarmate het virus zich verder verspreidde over de wereld, zijn er steeds nieuwe mutaties bijgekomen, zodat we er nu ongeveer 12.000 kennen. Uit de verschillen die je nu aantreft, gecombineerd met de frequentie waarmee ze ontstaan, kun je terugrekenen naar “patiënt nul”. Dit is precies dezelfde aanpak als die door evolutiebiologen toegepast wordt bij het reconstrueren van de evolutie. Zo weten we dat de mens ongeveer 320.000 jaar geleden is ontstaan in Afrika. En ook dat het leven op aarde ongeveer 3,8 miljard jaar oud is. Op dezelfde manier kunnen we nu uitrekenen dat het coronavirusvirus naar patiënt nul is overgesprongen in de derde week van november 2019. Dat klopt met de rapportage van de eerste ziekteverschijnselen in Wuhan, die dateren van december 2019. Als bron wijst men vaak naar de grote vismarkt Huanan in die stad, waar levende wilde dieren verhandeld werden, maar het is niet zeker of daar werkelijk de oorsprong ligt omdat de eerste gevallen geen verband hielden met de markt. Als straks de expeditie van de Wereldgezondheidsorganisatie naar China terugkeert naar huis horen we daar hopelijk meer over van viroloog Marion Koopmans. U hebt daar nu alvast wat achtergrondinformatie bij.

De coronapandemie geeft wetenschappers een unieke mogelijkheid om de evolutie te bestuderen als een proces dat zich voor je neus afspeelt, als iets waar je bij staat. Het is nu zaak te verzekeren dat die kennis ingezet wordt om pandemieën eerder en beter te bestrijden dan we tot nu toe met het coronavirus gedaan hebben.

Facebook Comments