Weinig mensen zijn zich bewust van de enorme gevolgen die de moderne biotechnologie kan hebben voor de geneeskunde, de landbouw en het milieu. Ik heb er op deze plaats al een paar keer over geschreven en alleen al daaruit kunt u opmaken hoe belangrijk ik het vind. Een paar weken geleden verscheen een rapport van de Commissie voor Genetische Modificatie over het onderwerp met de bewust raadselachtig geformuleerde titel “CRISPR & Het Dier”. En vorige week meldde het wetenschappelijke tijdschrift Science dat een gendrijfsysteem zijn debuut gemaakt heeft in een muis. Wat is dat allemaal, waar wetenschappers zo opgewonden over doen?

Een gendrijver is een biologische techniek waarmee je een populatie van een wilde diersoort van binnen uit kunt onderdrukken. Waarom zou je dat willen? Nou, misschien als dat dier zeer schadelijk is, bijvoorbeeld een malariamug. Voor de bestrijding van de malariamug worden nu veel insecticiden gebruikt. Met een gendrijver zou je hetzelfde effect kunnen bereiken. Dat is al vaak geprobeerd met steriele mannetjes: je laat mannetjesmuggen los die na paring met vrouwtjes er voor zorgen dat er geen nakomelingen komen. Die steriele mannetjes moeten natuurlijk opwerken tegen de wilde mannetjes, vandaar dat je er miljoenen van moet uitzetten. Het is een techniek die wel werkt, maar het kost heel veel inspanning en het effect is tijdelijk. Je zou liever iets willen dat vanzelf zijn gang gaat en zich op eigen houtje in de populatie verspreidt.

Een ander voorbeeld is de bestrijding van muskusratten. Je moet die dieren wel bestrijden, want ze graven gangen in onze dijken. Als je niks zou doen krijgen we onvermijdelijk te maken met dijkverzakkingen en overstromingen. De bestrijding gebeurt door klemmen uit te zetten, geen lekkere methode voor de muskusrat en er lopen ook wel eens andere dieren in de klemmen. In 2017 vingen de waterschappen van Nederland in totaal 62.000 dieren, dus het is niet niks. Maar als je een gendrijfsysteem zou kunnen inbouwen waardoor de populatie vanzelf achteruitgaat of uitsterft zou je het leed van 62.000 dieren aanzienlijk verminderen. Is het erg dat hij hier uitsterft? De muskusrat is afkomstig uit Noord-Amerika, hij hoort niet eens in Nederland thuis, zou je kunnen zeggen.

De reden dat gendrijfsystemen zo goed werken is dat ze de overerving beïnvloeden. Je brengt een gen in met een negatief effect, bijvoorbeeld vermindering van het aantal nakomelingen, en je zorgt er voor (dat is het drijver-effect) dat het gen zich automatisch doorkopieert, zodat alle nakomelingen die eigenschap krijgen. Ook van nature komen zulke drijvergenen voor, maar de ontdekking van de moderne biotechnologie is dat je zo’n systeem zelf kunt maken en een hoge efficiëntie kunt meegeven. En de publicatie in Science laat zien dat het niet alleen bij muggen maar ook bij muizen lukt.

Het probleem is natuurlijk dat als je de gemodificeerde muggen of muskusratten eenmaal hebt losgelaten je geen controle hebt op de verspreiding. Wat je niet wilt is dat er een paar muskusratten ontsnappen naar Amerika en ook daar de populatie achteruit laten gaan. Het liefst zou je de gendrijver na zekere tijd willen uitschakelen; er zou een noodknop op moeten zitten.

Alle wetenschappers weten dat de maatschappij, de politiek en de wetgeving nog helemaal niet klaar zijn voor dit soort discussies. Veel mensen zijn wars van elke genetische modificatie. Het beleid heeft de neiging om proeven met gendrijvers in het laboratorium in te delen in de allerhoogste gevarencategorie. Volgens wetenschappers is dat niet altijd nodig. Daarom roept die commissie van mij op tot een maatschappelijk debat. Wat wetenschappelijk mogelijk is hoef je niet altijd te willen, maar ook: als de wetenschap een goede oplossing ergens voor heeft moet je daar niet je ogen voor sluiten. Kortom, u hoort hier meer over en het duurt niet lang meer.

Facebook Comments