Valt er als wetenschapper nog iets te zeggen over stikstof, te midden van het gekrakeel dat opsteeg na de bekendmaking van de kabinetsplannen? Jawel: jaren geleden is dat al gezegd. Ik zat toen in de Technische Commissie Bodembescherming en mijn collega Frans de Haan, hoogleraar Bodemkunde van Wageningen Universiteit, formuleerde het ongeveer zo: “We moeten snel praten over geleidelijke vermindering van de veestapel, anders krijgen we straks een koude sanering.” Ik praat over 40 jaar geleden.

Je kon van mijlenver zien aankomen dat het fout zou gaan met al die mest in Nederland. We importeren grote hoeveelheden fosfaat en stikstof met de grondstoffen voor veevoer, vooral soja. Bovendien halen we in chemische fabrieken op zeer grote schaal stikstof uit de lucht en maken daar kunstmest-stikstof van. Het vlees van de varkens en koeien exporteren we, maar het afval blijft hier, met desastreuze effecten op de natuur. Grondstoffen die normaal goed zijn voor de bodemvruchtbaarheid komen in zulke grote hoeveelheden in de bodem terecht dat ze negatieve effecten gaan hebben: teveel fosfaat, teveel ammonium en teveel nitraat.

Onze commissie kreeg indertijd een vraag van het Ministerie. Zou het mogelijk zijn om mest te exporteren met behulp van mammoettankers? Die brengen olie naar Europa maar varen vaak terug met alleen ballastwater. Stel dat je ze vol zou gooien met mest om dat vervolgens te exporteren naar Saoedi-Arabië, waar ze wel wat mest kunnen gebruiken met hun arme zandgronden. Zij de mest, wij de olie, het leek een goede deal. Maar het liep stuk op het transport van mest naar de olieterminals in Rotterdam. Hoe ga je dat organiseren? Er is geen mestpijpleiding. Met de trekker en de giertank schiet het niet op. Dus het is er niet van gekomen, maar ik vond het een mooie vraag.

Onze discussie indertijd geeft in ieder geval duidelijk aan waar het om draait: we moeten kijken naar de stroom van meststoffen zoals stikstof en fosfaat door Nederland en zorgen dat we die stromen veranderen. De huidige nadruk op emissiebeperking is een oplossing aan het einde van de pijp. Je moet aan de voorkant gaan zitten, bijvoorbeeld door importheffingen op soja voor veevoederproductie en beperking van de industriële stikstoffixatie.

Daarmee verminder je de toevoer van voedingsstoffen naar de landbouw. Het gevolg is dat de productie lager wordt, want zonder krachtvoer kunnen koeien minder melk produceren en je kunt minder koeien per hectare houden. Er is meer ruimte nodig voor stikstofbindende gewassen waardoor de bodemvruchtbaarheid op een natuurlijke manier gegarandeerd wordt. De landbouw wordt minder efficiënt, maar dat is ook wat je wilt. Het punt is dat je dat moet compenseren door gerichte steun aan de boeren.

Uiteraard is dit allemaal erg simpel gedacht en niet een, twee, drie uit te voeren. Achter de agrarische bedrijven staan gezinnen die hun brood verdienen aan melkveehouderij en akkerbouw. De agrariërs zijn bovendien de beheerders van de typisch Hollandse landschappen. De systeemverandering moet er niet toe leiden dat we de boeren uitkopen en de weilanden volbouwen met industrieterreinen. Dan raken we van de regen in de drup. De moderne landbouw heeft juist meer grond nodig.

De verandering van het landbouwsysteem moet met en door de boeren gedaan worden. Door het huidige gekrakeel dreigen de boeren in de armen gedreven te worden van de populistische partijen ter rechterzijde die niks anders doen dan het wantrouwen in de overheid oppompen maar totaal geen oplossing hebben voor de problemen. De milieubeweging is veel meer de natuurlijke compagnon van het platteland. De landbouw moet bijgebogen worden in de richting van zorg voor milieu, natuur en biodiversiteit. Helaas is dit besef ook bij de milieubeweging nog niet goed doorgedrongen. Ook daar moet een transitie plaatsvinden. Ik wens mevr. Van der Wal en dhr. Remkes veel sterkte bij deze puzzel.

Facebook Comments