“Erik mag zich voor 100% moeder noemen van je kleinkind” zei ik tegen een kennis van me. “Net zo goed als Arend voor 100% vader is”. Een kennis uit mijn woonplaats had me gevraagd om uit te leggen hoe het nu zit met de genetica. Zijn zoon heeft een relatie met een man. De twee mannen zijn in verwachting van hun baby, die komende zomer geboren wordt via een draagmoeder. De baby is ontstaan door een reageerbuisbevruchting van een eicel van Eriks zus met het zaad van Arend. Vervolgens is de bevruchte eicel ingebracht in een draagmoeder, de vriendin van Eriks broer. Hoe zit het nu met de genetische verwantschap tussen het kind en de mannen?

Als eerste kunnen we stellen dat de draagmoeder (de vriendin van Eriks broer) voorlopig het meeste werk doet, maar ze draagt niet zelf bij aan de erfelijke eigenschappen van het kind, want het is niet haar eigen eicel. Het is niet onmogelijk dat er toch iets van de draagmoeder overgedragen wordt op het kind want al die 9 maanden draagt ze het bij zich. De voeding van de moeder en haar leefstijl kunnen de ontwikkeling van het kind beïnvloeden. Maar dat zijn geen erfelijke invloeden. De bioloog spreekt van epigenetica, dingen die bovenop de genetica komen.

De erfelijke eigenschappen van het kind komen voor de helft van Arend en voor de andere helft van Eriks zus. Maar het grappige is: het had net zo goed Erik zelf kunnen zijn. Namelijk Erik en Zus hebben de erfelijke eigenschappen van hun vader en moeder. Maar omdat ze dezelfde vader en moeder hebben is de kans dat een eigenschap van hun vader of moeder bij hen terecht gekomen is precies gelijk. Zus geeft de eigenschappen van haar vader en moeder door aan de baby maar als Erik het had gedaan was het resultaat vergelijkbaar geweest. Vandaar dat ik tegen mijn kennis zei dat Erik zich voor 100% moeder mag noemen (als hij dat wil natuurlijk, want met evenveel recht mag hij zich vader noemen).

De enige asymmetrie zit hem in de geslachtschromosomen. Als de baby een meisje is en dus twee X-chromosomen heeft is de kans op overerving voor Erik en zijn zus nog steeds gelijk. Als het een jongen is komt het Y-chromosoom van Arend. Erik kan in dit schema nooit zijn Y-chromosoom doorgeven aan zijn kinderen want Zus heeft geen Y-chromosomen. Erik heeft het X-chromosoom van zijn moeder maar Zus heeft ook een X-chromosoom van haar vader. De kans is 50% dat Zus het vaderlijk X-chromosoom aan de baby doorgeeft dat Erik niet heeft. Rekening houdend met 23 chromosomen mag Erik zich voor 97,8% moeder van de baby noemen als het een jongen is.

En er is nog iets ingewikkelds met het zogenaamde mitochondriaal DNA. Dat is het erfelijk materiaal dat niet in de celkern maar in de mitochondriën zit; dat zijn kleine bolletjes die in de celvloeistof drijven, niet in de kern. Dat DNA krijg je altijd van je moeder. Spermacellen dragen alleen het DNA van de celkern over. Het DNA in de celvloeistof komt van de eicel, dus van de moeder, ook voor jongens. Dat betekent dat het mitochondriale DNA van de baby alleen van Zus komt, niet van Arend. Maar dat DNA heeft Zus van haar moeder, die het ook aan Erik gegeven heeft. Dus ondanks dat de eicel van Zus afkomstig is, is het mitochondriaal DNA van de baby gelijk aan dat van Erik. Kunt u het nog volgen?

Arend en Erik zijn al sinds 2016 hiermee bezig. De mannen, de eiceldonor en de draagmoeder hebben talloze psychologische testen moeten ondergaan om er zeker van te zijn dat ze opgewassen waren tegen de situatie. Ze zijn er doorgekomen en verwachten hun baby ergens in de zomer. Hartelijk dank voor deze oefening in genetica die ik aan jullie kon ophangen, Arend en Erik, en veel geluk met de baby, straks.

Facebook Comments