Bij een symposium over de ontwikkelingen aan de Zuidas in Amsterdam mocht ik een korte bijdrage leveren onder het thema “Ruimte voor geest en groen”. De Vrije Universiteit rukt op naar de Zuidas, het kantoren- en bedrijvencentrum van Amsterdam dat een internationale toplocatie geworden is, met een uitstekende bereikbaarheid, de nabijheid van Schiphol en een kennisinstelling als de VU, plus een academisch ziekenhuis. De gemeente Amsterdam heeft besloten dat de ringweg-zuid verbreed wordt en bij de Zuidas onder de grond gaat, dus er staat nog een gigantisch bouwproject op stapel. Nu al wil iedereen daar zijn hoofdkantoor hebben. Niet voor niets heeft de Europese Unie er voor gekozen om het Europese Geneesmiddelenagentschap EMA dat vanwege de Brexit teruggetrokken wordt uit London, te vestigen aan de Zuidas in Amsterdam. Tussen de De Boelelaan en de A10 wordt op dit moment in een onwaarschijnlijk tempo een gebouw uit de grond gestampt; in september j.l. werd het hoogste punt (80 meter) al bereikt. Er werken 900 mensen bij het EMA dus dit is een enorme banenmaker voor Amsterdam, bovendien kennisintensief, wat past bij de nabijheid van een universiteit.

Met al die hoofdkantoren, bedrijven en woningen bij elkaar is de grond extreem duur geworden en logischerwijze gaan de gebouwen dan flink de hoogte in en zet je ze dicht bij elkaar. De Zuidas wordt een echt “Central Business District” zoals Canary Wharf in Londen, La Défense in Parijs of Manhattan in New York.

Maar is er nog ruimte voor geest en groen in zo’n omgeving? Het symposium ging onder de titel “Buildings, Brains & Business” maar de drie B’s komen in de praktijk neer op Beton, Beton & Beton. Je moet met een lantaarntje zoeken naar het groen, terwijl we weten dat groen goed is voor een mens. Klinisch psycholoog Linda Maas doet daar onderzoek aan. Mensen voelen zich prettiger, ze zijn minder vaak ziek en ze werken meer geconcentreerd als ze zich bevinden in een ruimte met groen (kamerplanten, een groene voortuin, uitzicht op een grasveld of een boompartij). De architecten van de Zuidas zijn daar niet doof voor, maar de grond is duur en het geld van grote internationale investeerders is aanlokkelijk.

Hoe bewaar je de balans? Mijn stelling was dat je het moet zoeken in verticaal groen. Groen op de grond verdient natuurlijk de voorkeur, maar dat zal altijd beperkt blijven op zo’n locatie want je moet vechten tegen de gebouwreuzen. Groen op het dak is mooi, maar er is niemand die het ziet en ook daar is de ruimte beperkt. Maar je kunt ook de gevels vergroenen. Ik gaf als voorbeeld de zwevende tuinen van Semiramis, een van de zeven wereldwonderen uit de oudheid. Koningin Semiramis uit Babylon liet tuinen bouwen op de terrassen van haar paleizen, ongeveer 800 voor Christus. Het is niet duidelijk of zij en haar hangende tuinen werkelijk bestaan hebben, maar dat geeft niet: als je ambities hoog zijn, en dat zijn ze aan de Zuidas, kun je er best wat geld tegenaan gooien om een wereldwonder te reconstrueren op je toplocatie.

In de achterhal van het Centraal Station in Amsterdam is men op kleine schaal al begonnen. Hoveniersbedrijf Van der Tol heeft daar hangplanten zoals wilde wingerd, maagdenpalm en klimop opgesteld in bakken, zodanig dat het groen uit de wand lijkt te komen en in draperieën in de hal hangt. De planten staan er al meer dan 2 jaar en doen het prima. In plaats van de Eufraat en de Tigris wordt het water van het IJ gebruikt voor de bevloeiing denk ik. Ik beschouw het als een vingeroefening voor een veel groter project aan de Zuidas.

Doe het voor het klimaat, maar vooral voor de gezondheid van al die mensen die op de Zuidas werken: zet de gebouwen verticaal in het groen, zoals Semiramis al meer dan twee millennia geleden realiseerde in Babylon.

Facebook Comments