Hoe groot is onze virosfeer? Ik las een artikel van onderzoekers die vastgesteld hadden dat bij een flinke niesbui de kleine waterdruppeltjes wel zes meter ver kunnen komen. De Ruttenorm van 1,5 meter is dan niet voldoende. Hoe ver reikt de virosfeer om een persoon, d.w.z. de afstand waarop de aanwezigheid van een virus voor een ander persoon merkbaar is? We weten dat de virosfeer onderdeel is van de biosfeer, het geheel aan levende organismen en alles wat daar op aarde bij hoort. De biosfeer is onze biologische omgeving bestaande uit honden, katten, koeien en paarden maar ook vleermuizen, teken en steekmuggen: de hele levende have waar we mee te maken hebben. De biosfeer bepaalt voor een groot deel onze gezondheid. Als het milieu verziekt is door snelwegen en uitlaatgassen, als geen regenworm meer een gaatje in de grond kan vinden omdat alles afgedekt is met tegels en beton, dan gaat het ook niet goed met onze gezondheid. Wij zijn onderdeel van de biosfeer, wat goed uitgedrukt wordt met het onder microbiologen populaire concept: “One Health”.

De biosfeer maakt aan de bovenkant contact met de atmosfeer; daar is een stevige interactie mee, die we weerspiegeld zien in de concentraties zuurstof en kooldioxide. Boven de atmosfeer hebben we de stratosfeer; daar zijn we nog niet alleen, daar vinden we André Kuipers. En onder de biosfeer hebben we de lithosfeer, daar maken we gebruik van als we naar gas of olie boren.

Mijn Franse collega’s, heel goede bodembiologen, hebben de term “drilosfeer” uitgevonden. Dat is de bodem voor zover die contact maakt en beïnvloed wordt door regenwormen. Het model dat ze daarvoor maakten (in de jaren 80) heette “Allez-les-vers” (de mooie woordspeling op de kleur van de destijds furore makende voetbalclub Saint Etienne werd door mijn Engelse collega’s niet begrepen). Ik kon daar later nog gebruik van maken toen ik in een commissie zat en de minister moest adviseren over de mogelijke effecten van bodemverontreiniging. Tot hoe diep kunnen die effecten reiken, was de vraag. “Tot en met de drilosfeer” was ons antwoord. Het kwam neer op 2 meter onder het maaiveld.

In de bodem heb je niet alleen met wormen te maken maar ook met plantenwortels. Die omgeving noemen biologen – u kunt het raden – de rhizosfeer. In de rhizosfeer gebeurt van alles, want plantenwortels doorluchten de bodem, ze verliezen zuurstof en suikers waar schimmels van profiteren, waar weer kleine dieren van eten, enzovoorts. Er is een enorme concurrentie tussen de micro-organismen om een goede plaats in de rhizosfeer, als ware het een plek in de loge van een theater. En om het verhaal over de planten compleet te maken: op de bladeren hebben we de phyllosfeer, een dunne laag waar spintmijten en roofmijten worstelen met de haren die als woudreuzen uit het bladoppervlak oprijzen.

Maar goed, terug naar de mens. De mens heeft een chemosfeer. Dat is het volume lucht om een persoon die beïnvloed wordt door vluchtige stoffen die door die persoon uitgescheiden worden. Als het gaat om eau de toilette is de chemosfeer al gauw 20 meter zou ik denken, maar voor andere geuren, bijvoorbeeld van zweet, geldt misschien een afstand van 5 meter. Zelf ben ik altijd benieuwd geweest naar de grootte van de petosfeer, dat is de afstand waarop je een scheet kunt ruiken. Het wil wel eens voorkomen dat je hoognodig moet ontgassen terwijl je met andere mensen op de bus staat te wachten. Hoe ver moet je dan weglopen om ze niet te ontrieven? En de kleinste sfeer is natuurlijk de knuffelsfeer; die reikt niet verder dan 20 cm.

Ik wil maar zeggen: een virosfeer van anderhalve meter is misschien zo gek nog niet, maar dat betekent niet dat je op andere afstanden elkaar niet beïnvloedt. We hebben nog talloze andere sferen die we delen. En die delen we ook met alle andere planten, dieren en microben. Hun gezondheid is ook onze gezondheid, laat dat een les zijn van deze tijd.

Facebook Comments