“Wat hebben jullie toch veel vigilantes” zei Valeria, mijn Italiaanse promovenda, op een ochtend bij de koffie. Ze spreekt perfect Nederlands maar ze kon niet zo snel op het woord “verkeersregelaar” komen. Ik spreek geen Italiaans, maar ik begreep wel gelijk wat ze bedoelde en inderdaad, het barst van de vigilantes in de stad. November is de maand dat overal gebouwd wordt, aan huizen, aan de weg, aan het riool. Het begrote geld moet besteed worden voor het eind van het jaar, dus hup jongens, aan het werk. De weg wordt afgezet en de vigilantes hebben de ondankbare taak om mensen die er toch langs proberen te komen tegen te houden en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de vrachtwagens, kraanwagens en de tientallen bouwbusjes die elk bouwtje aantrekt geen brokken maken. Om al die werkzaamheden in goede banen te leiden zijn verkeersregelaars onmisbaar.

Nu is mijn relatie met de vigilantes, als fietser door de stad, niet goed te noemen, want ze blokkeren de weg waar het toch al passen en meten is, ze willen niet dat je snel onder het takelwerk door rijdt, of, nog erger, ze willen dat je stopt om een achteruitrijdende vrachtwagen de ruimte te geven. Al die verkeersregelaars kunnen even zovele kleine dagelijkse irritaties zijn, maar sinds Valeria ze liefkozend “vigilantes” genoemd heeft is mijn kijk veranderd. Ze doen ook gewoon hun werk, ze voorkomen ongelukken en zorgen ervoor dat de bouw soepel door kan gaan. In plaats van ze ongeïnteresseerd met een nors gezicht op mijn fiets voorbij te rijden besloot ik ze af en toe te groeten of ze iets toe te roepen. “Alles goed vanochtend, vigilante?” Ik moet zeggen, tot nu toe is de wederzijdse communicatie beperkt gebleven en ik ben er zelfs niet zeker van of ze misschien denken dat ik ze voor de gek houd, maar het is wel goed bedoeld.

Ook in de biologie kennen we vigilantes, vooral bij dieren die in groepen leven. Erg bekend is het gedrag van stokstaartjes, die in grote familiegroepen op de Afrikaanse savanne rondscharrelen. Altijd staan er een paar op de uitkijk, terwijl de rest op zoek is naar voedsel. Als de postende dieren een roofvogel spotten waarschuwen ze de anderen, waarna de hele groep snel in hun holen onder de grond verdwijnt. Ook bavianen doen dat; als een lid van de groep een luipaard of leeuw ziet naderen waarschuwt hij de anderen met een luide krijs, waarna de hele groep uit elkaar stuift, het roofdier in verwarring achterlatend. Meerkatten maken zelfs verschillende alarmgeluiden, afhankelijk van of er een roofvogel, een luipaard of een slang aankomt.

Je zou denken dat het dier dat op de uitkijk staat een hoger risico loopt omdat hij als eerste gezien wordt en bovendien niet kan eten terwijl zijn groepsgenoten rustig voedsel kunnen zoeken. Biologen nemen aan dat er toch een evolutionair voordeel is, omdat de groep meestal dieren bevat die verwant zijn aan degene die op de uitkijk staat. Als opofferend gedrag naar je verwanten genetisch bepaald is, kun je de verspreiding van je eigen genen vergroten door de overleving van je groepsgenoten te bevorderen, want je eigen genen zitten ook in je broers, zussen, ouders en kinderen (voor de helft) en in je grootouders en kleinkinderen (voor een kwart). Als je door opofferend gedrag drie broers weet te redden of vijf kleinkinderen, terwijl je zelf slachtoffer wordt van een roofvogel, ben je evolutionair gesproken zelfs beter uit dan dat je alleen jezelf redt.

Of de vigilantes in de stad er ook zo in staan weet ik niet. Maar het is wel degelijk zo dat ze meer risico lopen om onder een vrachtwagen te komen of aangereden te worden dan de verkeersdeelnemers die erlangs willen. Dus eigenlijk zijn het altruïstische beschermengelen, die mannen en vrouwen in hun gele pakken. Geïnspireerd door Valeria zet ik mijn dagelijkse gesprekjes met de vigilantes voort.

Facebook Comments