Hamsteren is wat hamsters doen maar er zijn heel veel dieren, allerlei knaagdieren en vogels, die een soortgelijke neiging hebben: een instinctieve dwang om voedsel te verzamelen en het ergens te verstoppen met als doel om slechte tijden te overleven. Het zal u niet verbazen dat evolutiebiologen dit fenomeen uitvoerig bestudeerd hebben want het is een dilemma, genaamd het dilemma van de eekhoorn. Een eekhoorn moet de winter overleven; hij houdt zich rustig maar heeft geen echte winterslaap dus hij moet geregeld wat eten. Hij weet van tevoren niet hoe lang de winter zal duren en hoe streng die zal zijn, dus veel voedsel verzamelen lijkt het beste. In de herfst verzamelt hij grote hoeveelheden noten en begraaft die op verschillende plekken aan de voet van een boom. Maar voedsel verzamelen brengt kosten met zich mee want naarmate je meer heen en weer rent val je meer op en de kans om door een roofdier gepakt te worden is dan groter. Het is dus zaak niet te veel voedsel te verzamelen. Bovendien, als je te veel verzamelt weet je niet meer waar je alles verstopt hebt. Ook dat komt gek genoeg vaak voor. De leverancier van de noten, de boom, profiteert ervan want zijn zaden worden zo door de eekhoorns verspreid en op gunstige plaatsen begraven.

Voor de eekhoorn is het een optimalisatieprobleem. De beste strategie hangt af van de kans op een strenge winter en de kans om opgegeten te worden door een roofdier. Verschillende evolutiebiologen, economen en sociale wetenschappers hebben hier wiskundige modellen voor opgesteld. Je kunt er een heerlijk stukje kansrekening aan ophangen, allerlei aannames doen en dan kijken hoe dat uitpakt op de lange duur. In 2014 verscheen daarover nog een leuk artikel, waaruit komt dat de hamsterwoede sterk zal variëren tussen individuen. Sommige eekhoorns hamsteren weinig, ze gokken dat de winter niet lang zal duren en als dat wel zo is hebben ze pech, andere eekhoorns hamsteren heel veel, betalen een prijs maar overleven. Dan weer is de een en dan weer de ander in het voordeel. Evolutie leidt op de lange duur tot grote variatie tussen individuele dieren.

Sociale wetenschappers zijn nooit te beroerd om evolutiebiologische principes ook toe te passen op menselijke populaties. Ook mensen vervallen soms in hamsteren. Hamstergedrag speelt een rol bij psychologische aandoeningen zoals gokverslaving, wat gezien kan worden als een dwangmatige verzamelwoede. Met tweelingonderzoek is aangetoond dat ongeveer 50% van de variatie tussen mensen in dwangmatig verzamelgedrag komt door genetische oorzaken, d.w.z. de helft komt voor rekening van aangeboren karaktereigenschappen, terwijl de andere helft bepaald wordt door de omgeving waarin je je bevindt. Een soortgelijke mengeling van genetische en omgevingsfactoren zie je bij risicogedrag: sommige mensen zijn risicomijders (ze gaan hamsteren), andere accepteren het risico en hamsteren niet. Ook van risicogedrag is bekend dat het zowel genetisch als milieu-bepaald is. Er is zelfs een gen aangewezen dat tot op zekere hoogte je risicoprofiel bepaalt.

Het is waarschijnlijk dat ook onze verre voorouders te maken hadden met het eekhoorn-dilemma. De kans om gegrepen te worden door een gevaarlijk roofdier was aanzienlijk als je in je eentje over de savanne trok op zoek naar voedsel. Als je thuisbleef, in een veilige omgeving met andere mensen, liep je minder risico. Het bewaren van voedsel als buffer tegen droge of koude tijden was waarschijnlijk ook een belangrijk element van het leven van de oermens. Omdat beide strategieën, afhankelijk van de frequentie van slechte tijden, een zeker voordeel hadden is die genetische variatie altijd blijven bestaan.

Kortom, de grote verschillen tussen hamsteraars en risiconemers zijn volkomen verwacht en voorspelbaar. Het is een gevolg van ons evolutionaire verleden. Het dilemma van de eekhoorn valt tegenwoordig waar te nemen in elke supermarkt.

Facebook Comments