Teloorgaan van de beschaving
Ik ben begonnen aan mijn volgende boekproject: de oorsprong van het leven, dat ik schrijf samen met een collega, Louis Kroes. Een van de eerste onderwerpen, waar bijna alle verhandelingen over het ontstaan van het leven mee beginnen, is de vraag of er leven is elders in het heelal. Daarover verschillen de meningen nogal. De meeste sterrenkundigen houden vol dat het niet anders kan: er zijn zo ontzettend veel sterren in het heelal dat zelfs als de kans op ontstaan van leven heel klein is, er nog vele planeten moeten zijn waar leven ontstaan is. Vooral sinds men met ruimtetelescopen, die om de aarde draaien, naar het heelal is gaan kijken is het besef doorgedrongen dat er nog veel meer sterren zijn dan men ooit had gedacht. Er zijn nu al een paar duizend planeten in kaart gebracht, terwijl nog maar een fractie van de sterren onderzocht is. Het kan niet anders dan dat de ruimte “zwanger is van leven” zei de beroemde bioloog en Nobelprijswinnaar, de Belg Christian De Duve.
Maar toch is er nog nooit enig teken van leven uit het heelal gekomen. Al jaren is men bezig met speuren, met de meest gevoelige radiotelescopen vanaf de aarde, met ruimtetelescopen die voorzien zijn van onvoorstelbaar scherpe camera’s, maar nooit is er ook maar een greintje bewijs gevonden voor een buitenaardse beschaving. De discrepantie tussen de stellige overtuiging van sterrenkundigen dat er leven in het heelal moet zijn en het volledige gebrek aan bewijs daarvoor staat bekend als de paradox van Fermi. De Italiaans/Amerikaanse natuurkundige Enrico Fermi maakte, tijdens een lunch met collega’s op het Los Alamos Nationaal Laboratorium in 1950 de opmerking: “Waar is dan iedereen?”.
Een van de verklaringen voor de paradox is dat buitenaardse beschavingen die een radiosignaal kunnen uitzenden, te kort bestaan om door ons opgemerkt te worden. De afstanden in het heelal zijn zo groot dat een signaal er zelfs met de snelheid van het licht miljoenen jaren over kan doen om ons te bereiken. Het is niet alleen een kwestie van het ontstaan van leven, het gaat ook om de evolutie van een hoogontwikkelde beschaving die een radiosignaal kan uitzenden en eentje die dat signaal kan ontvangen binnen een tijdsbestek dat overeenkomt met de afstand. Ook op aarde heeft het een tijd geduurd: het leven ontstond 3,5 miljard jaar geleden, terwijl wij pas sinds enkele tientallen jaren de ruimte kunnen afluisteren.
Uit de evolutiebiologie weten we dat alle soorten ooit uitsterven. De gemiddelde levensduur van een soort varieert van 1 tot 10 miljoen jaar, als we terugkijken in de fossielen. De soorten waar wij van afstammen, de aapmensen die rondliepen op de Afrikaanse savanne tussen 6 miljoen jaar geleden en nu, leefden zelfs korter. De langstlevende soort, Homo erectus, bestond niet langer dan 2 miljoen jaar. Het is niet uitgesloten dat ook Homo sapiens op een gegeven moment uitsterft. Omdat wij met heel veel mensen zijn zal het misschien langer duren dan gemiddeld, maar dat wij als soort ooit zullen uitsterven lijkt me zo klaar als een klontje. De vraag is wanneer.
En nu komt mijn zorg. Zijn we niet bezig deze aarde actief naar gallemiezen te helpen, met de door onszelf veroorzaakte milieuvervuiling en klimaatverandering, nog verergerd door een volkomen geschifte president van een groot land, een oorlogszuchtige dictator in een ander land, plus een stelletje miljardairs die alleen uit zijn op macht en eigen belang? Het lijkt erop dat onze beschaving en onze technologische ontwikkeling om zeep geholpen worden door wereldleiders die nergens anders om geven dan cultivering van de domheid en het verspreiden van nepnieuws.
Of is het een te negatief scenario? Ik hoop het. Mijn boek haalt het hopelijk nog, als we tenminste de komende drie jaar heelhuids doorkomen.
