Een moderne manier om over de bodem te praten is te zeggen dat ze ons diensten bewijst. Diensten vertegenwoordigen een waarde. Als de bodem mij helpt een probleem op te lossen heb ik daar geld voor over. Met dit idee kun je dus aan de bodem een economische waarde toekennen. Als die waarde op de een of andere manier in gevaar komt, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een verontreiniging, kun je ook die verontreiniging in geld uitdrukken.

Het principe dat je allerlei maatschappelijke activiteiten volgens economische wetten kunt reguleren is in de huidige maatschappij wijd verbreid. Moet de bodem daar ook aan geloven?

Zelfs op de universiteit worden studenten, cursussen en diploma’s in geld uitgedrukt. De universitaire bobo’s willen de universiteit besturen als ware het een koekjesfabriek: scholieren erin, studenten eruit. Men praat over het onderwijs in termen van rendementen: de efficiëntie van omzetting van grondstoffen in koekjes. Ook op het Ministerie heeft dit gedachtegoed post gevat. Kun je ook de bodem op een monetaire manier bekijken?

In de financiële wereld is het gebruikelijk om aan het eind van het jaar de bestuurders een flinke bonus mee te geven. Dus als de bodem diensten vertegenwoordigt die onderworpen zijn aan economische wetten zou de bodem ook af en toe in aanmerking kunnen komen voor een bonus. Elk jaar zouden we, bijvoorbeeld een door middel van een stemming in dit tijdschrift, kunnen bepalen voor welke dienst de bodem een bonus verdient.

Welke bodemdienst is het meeste geld waard? We kunnen kiezen tussen zaken als bodemvruchtbaarheid, drinkwaterzuivering, ziektewering, afbraak van verontreinigingen, maar de meest directe bodemdienst is misschien wel de draagfunctie. Als een gemeente grond uitgeeft voor woningbouw worden daar miljoenen op verdiend, omdat de grondprijs voor woningbouw vele malen hoger ligt dan die van een weiland. Maar dat verhaal geldt alleen als je op die grond werkelijk woningen kunt bouwen. Een moeras waar alles in wegzakt is voor woningbouw niks waard. De draagfunctie van de bodem is al gauw enkele honderden euro’s per m2 waard.

Dus als een weiland volgebouwd wordt met woningen, kantoren of bedrijfspanden, zou de gemeente een bonus moeten uitkeren om te betalen voor de draagfunctie van de bodem. Die bonus stoppen we dan in een fonds voor bodembescherming. Dat zou tegelijkertijd een methode zijn om het landschap open te houden en te voorkomen dat heel Nederland volgebouwd wordt met lege kantoorgebouwen en afzichtelijke bedrijfsterreinen.

Is het een goed idee? Bij nader inzien weet ik het nog niet. Een probleem is dat het bonussysteem in het bedrijfsleven volledig gecorrumpeerd is. Oorspronkelijk was het bedoeld om mensen te belonen voor hun inzet en het behalen van goede resultaten, maar de laatste jaren wordt de bonus vooral gegeven om de hebzucht van de bestuurders te bevredigen. Uit een onderzoek van de Volkskrant dat vorige maand gepubliceerd werd, bleek dat tientallen bedrijven die in 2009 verlies maakten of op grote schaal personeel ontsloegen, toch een hogere bonus uitkeerden aan de topbestuurders. Met dit achterlijke systeem wil de bodem niks te maken hebben.

Ik stel dus voor dat we ons niet al te druk maken om de monetaire waarde van de bodemdiensten en ook geen bodembonus uitkeren. Stilletjes genieten van een stukje open landschap mag wel. Dat genieten is zoveel waard, dat valt niet in geld uit te drukken.

Facebook Comments