Het was een heel gedrang aan de voorkant, merkte ik, want ik duwde en duwde maar we kwamen niet vooruit. Op een gegeven moment kreeg ik het sein stilstaan. Ik wachtte rustig af, want meestal is Nummer Eén dan iets aan het oppeuzelen. Wij krijgen dan spoedig een lekker stuk eten langs. Wij verteren dat dan een beetje verder, nemen er het een en ander van op en sturen de rest door naar posterior.

Ik weet niet precies wat nummer Eén te pakken heeft. We kregen daarnet het commando om een snelle beweging naar voren te maken. Meestal betekent het dat Hij een prooi te pakken heeft. Hij heeft een uitgekiende strategie: nooit aan de voorkant aanvallen, altijd aan de zijkant. De meeste dieren kunnen niet naar de zijkant kijken en daar zit dus hun zwakke plek. Ik voelde gespartel met een hoop ruige haren, dus het kan een spin geweest zijn.

Iedereen zegt dat je het beste vooraan kunt zitten. Als je achteraan zit krijg je de restanten van wat voor je zit. Maar je wordt geboren in een bepaalde positie, dat kun je niet meer veranderen. Ik zit in zevende positie, als ik de kleintjes meetel. Ik ben blij dat ik oneven ben. De even segmenten zijn veel kleiner dan wij, hoewel ze wel een poot hebben.

Onze zelfstandigheid is beperkt, dat moet ik wel zeggen. Wij staan allemaal onder commando van Nummer Eén, die helemaal vooraan zit. Die bepaalt waar we heen gaan, want Hij schijnt dat te kunnen zien. Hij heeft ogen en voelsprieten waarmee Hij kan bepalen welke kant we het beste op kunnen gaan.

Wij hebben allemaal ons eigen kleine zenuwknoopje, waarmee we onze poten bedienen. Als we stil staan kunnen we die poten zelf een beetje bewegen, maar als Nummer Eén het wil stuurt Hij een serie stroompjes via het zenuwstelsel naar achteren, waardoor wij de controle over onze eigen pootbewegingen verliezen. We bewegen dan gecoördineerd, elk een fractie na elkaar waardoor we geweldig hard vooruit schieten, terwijl we tegelijkertijd niet met de poten in de knoop komen. Het lijkt dan net alsof we één dier zijn.

De poten van nummer Eén zijn verbouwd tot kaken. Nummer Eén kan daardoor niet zelf lopen; Hij is voor de voortbeweging afhankelijk van ons, de evens en de onevens. Maar wij helpen Hem graag vooruit, want Hij is onze Leider. Hij geeft ons voedsel.

Helemaal posterior schijnt nog een segment te zitten dat geen poten heeft. Dat zou dan een profiteur zijn, want die krijgt wel voedsel maar draagt niet bij aan de voortbeweging. Ik weet niet zeker of dat waar is, want alle informatie gaat bij ons van voor naar achter; er gaat niks van achter naar voor. Dus ik weet niet precies hoeveel evens en onevens er nog achter me zitten.

De mensen noemen ons duizendpoot, maar dat kijkt me overdreven. Als ik nummer zeven ben zouden er nog 993 segmenten achter me zitten, maar zo groot zijn we niet. Misschien breekt er af en toe wel een stelletje af. Die moeten dan ten dode opgeschreven zijn want die hebben geen Leider. Ik ben blij dat ik goed vast zit aan nummer zes, maar dat is een kleintje.

Ik heb wel eens gedacht: kunnen we die stomme kleine segmenten niet elimineren. Stel dat elke oneven zou samengaan met de even voor hem. Dan zouden we allemaal twee poten hebben. Misschien zouden we dan nog harder kunnen lopen! Als we nu duizend poten hebben, krijgen we dan misschien wel een miljoen poten! Misschien evolueren we nog eens in die richting, ik zou dat prachtig vinden. Het is een droom.

Hola, ik krijg het commando dat we weer gaan lopen. Ik moet mijn droom onderbreken. Wat? Nummer zes wil achteruit? Dat gaat niet goed, we raken in de war. Nummer Eén heeft het op zijn heupen gekregen, is hij gek geworden?

Ik moet even nabokoviaans ingrijpen. Deze verwarring bij nummer zeven is een mooi moment om de cirkel rond te krijgen. Ik zal ik de duizendpoot voeren aan de springstaart.  Dat is een nogal onnatuurlijke link, vandaar mijn kunstgreep.

In deze columns liep ik in twaalf stappen door de voedselketen. Wat me opviel is dat mijn voedselketen, nadat ik met een springstaart begonnen was, steeds in de bodem bleef. Af en toe kon ik eruit komen, maar ik kreeg het niet voor elkaar om bij een planteneter, een rups of wants aan te landen, ondanks dat ik een aantal creatieve, maar niet onmogelijke, links inbouwde. Er is een voedselweb dat van planten leeft en een web dat van afval leeft. Je kunt wel via trofische relaties van de eerste naar de tweede komen maar niet van de tweede naar de eerste. Alle dieren van het plantafhankelijke web komen vroeg of laat in het afvalweb terecht. En daaruit is geen ontsnappen meer mogelijk.

Foto: Theodoor Heijerman

Facebook Comments