Met Wim T. aan tafel

Ooit heb ik eens beweerd dat religie een evolutionaire basis heeft. Daar moest ik weer aan denken toen ik vorige week hoorde dat Wim T. Schippers overleden is. Wat heeft Wim T. Schippers met de evolutie van religie te maken vraagt u zich af. Dat zit zo.

De overgrote meerderheid van mensen op aarde hangt een of andere vorm van religie aan. Dat moet haast wel betekenen dat het een biologisch bepaalde drijfveer is, een diep verankerde neiging om gelukkig te worden van spiritualiteit, rituelen, geheimenissen en alles wat er komt kijken bij een godsdienst. Het geloof in een hogere macht die je leven richting en betekenis geeft lijkt iets te zijn dat echt bij de mens hoort. Het zou dus evolutionair bepaald kunnen zijn, d.w.z. dat het een voordeel heeft. Maar wat is dat voordeel dan? Ik had toen een student die  sterk geïnteresseerd was in dit onderwerp en hij schreef er een scriptie over die ik met een hoog cijfer beoordeelde. Het is ook helemaal goed gekomen met deze student, Jair Stein, want hij is nu programmamaker bij de televisie, maakt podcasts voor de NTR en NPO Radio 1.

Het zal u verbazen, maar er zijn heel veel wetenschappers die geprobeerd hebben een verband te leggen tussen evolutie en religie. Er zijn hele boeken over geschreven. Wat mij in die tijd met name intrigeerde was dat er in onze erfelijke aanleg een gen is dat religieus gedrag bevordert. Het gaat om het zogenoemde DRD4-gen, dat te maken heeft met de werking van dopamine. Ieder mens heeft zijn eigen variant van dat gen. Een groep artsen en psychiaters van een medisch centrum in Californië heeft daar onderzoek aan gedaan. Ze vonden een verband tussen de mate van spiritualiteit van een persoon en een bepaalde variant van het DRD4-gen. De neiging tot spiritualiteit is te beschouwen als een karaktereigenschap die erfelijk is. Daarom kan het ook evolueren.

Nu had ik indertijd over dit onderwerp wel eens een lezing gehouden en dat was opgepikt door de VPRO-televisie, zodat ik uitgenodigd werd om daarover te praten met – u raadt het – Wim T. Schippers. Schippers had toen een tv-programma “Flogiston”, waarin hij op luchtige wijze wetenschappelijke onderwerpen aan de orde stelde. De aflevering waar ik voor gevraagd was had als onderwerp “Met God en gezang”. Ik zat daar aan tafel met Ronald Plasterk, toen nog geen minister, en Herman Philipse, filosoof en schrijver van het boek “Het atheïstisch manifest”. Het was kort voor Pasen, en Plasterk had een koor meegenomen waarmee hij enkele koralen uit de Matthäus Passion zong.

Van tevoren vroeg ik aan Wim T.: “Kunnen we de vragen even voorbereiden?” “Nee dat doen we niet hoor, het moet allemaal spontaan gaan”, zei hij. Terwijl een band ons aankondigde met muziek kwamen we op. We liepen naar een tafel waar een vaas narcissen op stond en Wim liep expres tegen die tafel aan. Narcissen en water vlogen over tafel, gelijk chaos, precies zoals het altijd bij hem ging.

Het gesprek ging over de diverse Godsbewijzen, mystieke ervaringen gemeten met een hersenhelm, en dergelijke. Ik zat erbij met mijn verhaal over de erfelijkheid van religieus gedrag, maar ik kwam er niet echt tussen, vond ik. Met zulke ervaren mediapersoonlijkheden moet je ontzettend ad rem zijn en steeds popelen om iets te zeggen, anders krijg je het woord niet. Maar goed, dit was mijn tv-moment op 18 maart 2002. Dank je wel Wim, dat je mij erbij vroeg.