Vorige week, op 26 september, maakte het tijdschrift The New Scientist bekend dat op 6 april van dit jaar de eerste baby geboren is die niet twee maar drie ouders heeft. Het is een gezonde jongen van inmiddels 5 maanden oud. De kunstmatige bevruchting vond plaats in Mexico, omdat dat land geen regels heeft voor medische experimenten. In Europa is de methode alleen goedgekeurd in Engeland.

Voor de leek lijkt het alsof er hier een stelletje Frankensteins aan het werk gegaan zijn, maar toch diende het een medisch doel: een moeder die lijdt aan een ernstige erfelijke ziekte heeft nu een gezond kind. Zelf vind ik het interessant omdat het een belangrijk biologisch principe bewijst dat alle biologen kennen, maar dat voor de mens moeilijk experimenteel te bewijzen is: de erfelijke informatie voor een mens, datgene wat ons maakt wie we zijn, bevindt zich uitsluitend in de kern van onze lichaamscellen.

De eicel van een vrouw bestaat uit een zakje met een vlies er omheen. In die eicel ligt een kern waarin het DNA zit, dat codeert voor de erfelijke eigenschappen van het individu. De rest van de cel zit vol met dooiermateriaal dat de bouwstenen levert voor de vroege ontwikkeling van het embryo.

Maar in de cel liggen ook een heleboel kleine buisvormige orgaantjes, die werken als de energiecentrale van de cel. Biologen noemen ze mitochondriën. Het DNA dat in deze mitochondriën zit is erg kort en het bevat maar 37 genen. In het DNA van de kern liggen er meer dan 20.000! Toch zijn die 37 genen stuk voor stuk essentieel voor de energieleverantie van de cel. Als er een foutje in zit krijg je gelijk een probleem. Een van de ziektes is het syndroom van Leigh. Een kind met dat syndroom heeft te weinig energie en de hersenen ontwikkelen zich niet goed. Er is geen therapie mogelijk. Het stel dat de behandeling onderging had al twee vroeg gestorven kinderen gekregen.

Om de ziekte te vermijden zou je het DNA in de mitochondriën moeten repareren. Maar dat is niet zo gemakkelijk. De truc die de medici nu uitgehaald hebben is dat ze eicellen gebruikt hebben van een gezonde donormoeder, daar de kern uitgehaald en vervangen door de kern van de moeder met de erfelijke aandoening. Vervolgens is het eitje kunstmatig bevrucht met sperma van de vader en geplaatst in de moeder. Het kind heeft daardoor in de kern van zijn lichaamscellen het DNA van vader en moeder, maar in zijn mitochondriën het DNA van de donormoeder. De ziekte van Leigh is uitgebannen.

Behalve dat hiermee een gezond kind is geboren uit een moeder met een ernstige erfelijke afwijking, is het ook biologisch interessant. De donormoeder heeft qua volume verreweg de grootste bijdrage geleverd aan het kind, een hele zak met dooier, maar niet de kern. Ze is een voedstermoeder. Het kind zal niet op haar lijken; het lijkt op de moeder die de kern leverde. Het DNA van de mitochondriën is wel nodig voor de energieleverantie, maar het bevat geen erfelijke informatie voor karaktereigenschappen, intelligentie, enz.

Of misschien toch wel? Je weet het nooit met de biologie; het is vaak net een slagje ingewikkelder dan je dacht. De cel, de kern en de mitochondriën “praten” continu met elkaar. Ze wisselen signalen uit die er voor zorgen dat de energieleverantie afgestemd is op de behoeftes van de cel. Of het DNA van de mitochondriën daardoor aan de buitenkant merkbaar is, bijvoorbeeld in de manier waarop iemand reageert op warmte of kou, is mij niet bekend. Ongetwijfeld zal het jongetje met drie ouders goed in de gaten gehouden worden en als hij opgroeit zien we hoe de gelijkenis uitpakt.

Facebook Comments