In de afgelopen maand hebben we allemaal kunnen lezen dat de magnetische noordpool aan de wandel is. Dat is al een hele tijd zo, maar de laatste jaren is het proces versneld. Toen ik op de lagere school zat leerde ik nog dat de noordpool van het aardmagnetisch veld ergens in het noorden van Canada lag, maar inmiddels is hij hard op weg de Noordelijke IJszee over te steken naar Siberië.

Hoe komt dat? De inwendige massa van de aarde, die bestaat uit vloeibaar gesteente, rommelt en klotst onder invloed van de draaiing van de aarde. In de kernmassa zit veel ijzer en dat wekt zoals we weten een magneetveld op als alle ijzerdeeltjes dezelfde kant op liggen. Bij elkaar gedraagt de ijzermassa zich als een gigantische magneet. Door het langzaam klotsen van de kern verplaatsen de polen van het magneetveld zich en dat gaat de laatste tijd zo snel dat de navigatieapparatuur van vliegtuigen bijgesteld moet worden.

Maar het rare is: nergens hoorde ik de vraag die een bioloog zich natuurlijk direct stelt: heeft dit ook gevolgen voor de navigatie van dieren? We weten dat verschillende diersoorten zich op het aardmagnetisch veld oriënteren. Denk bijvoorbeeld aan trekvogels, paling, zalm en zeeschildpadden. Hoe weet een paling die Nederland verlaat bij het Marsdiep hoe hij in de Sargassozee moet komen? Dat is nog helemaal niet zo gemakkelijk want op zee ben je al gauw de weg kwijt. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik met een stel vrienden op het westerstrand van Schiermonnikoog liep, een uitgestrekte zandplaat. Het was mistig en we zagen amper de horizon. We besloten voor de grap om 5 minuten met onze ogen dicht te lopen. Toen we onze ogen open deden zagen we alleen maar mist om ons heen. De vuurtoren die we als baken gebruikten was verdwenen. Na een tijd van verwarring en lichte paniek bleek dat we 180 graden omgedraaid waren, de vuurtoren stond aan de andere kant. Een paling ziet geen vuurtoren en toch vindt hij de Sargassozee.

De oriëntatie van dieren is goed onderzocht bij zeeschildpadden. Deze dieren leggen hun eieren op het strand en de jonge schildpadjes die daar uit komen hebben maar één idee: naar de lichte horizon, de zee in. Dan blijven ze een tijdje voor de kust rondzwemmen en in die tijd wordt het aardmagnetisch veld in hun hersenen geprent. Wat ze op de een of andere manier kunnen onthouden is welke hoek het magneetveld maakt met het horizontale vlak. Daarna zwemmen ze duizenden kilometers om elders een geschikte plek te vinden waar ze veel kunnen eten. Uit Nederlands onderzoek is bijvoorbeeld bekend geworden dat de zeeschildpadden die in Bonaire aan land komen in de hele Caribische Zee rondzwemmen, tot bij Panama en Cuba. Jaren later komen ze weer terug naar de plek waar ze geboren zijn om eieren te leggen op hun geboortestrand. Het is niet voor te stellen maar waar. Kennelijk kunnen ze tijdens het zwemmen waarnemen of de sterkte en de richting van het magneetveld vertrouwd aanvoelen en of ze de goede kant op gaan. Hoe ze dat precies doen is niet bekend. Ze hebben er geen speciaal orgaan voor; het is een eigenschap van bepaalde moleculen die in hun hersencellen zitten. Op deze manier kunnen ze een precisie bereiken van ongeveer 10 km en de rest doen ze waarschijnlijk met de geur van het water.

Maar wat gebeurt er als het aardmagnetisch veld aan de wandel gaat? Binnen de levensduur van een zeeschildpad, zeg 20 jaar, is de magnetische noordpool met het huidige tempo 1100 km opgeschoven. Dat zou toch problemen moeten geven zou je denken. Maar misschien zijn de zeeschildpadden nog slimmer dan we denken.

Facebook Comments