Als je als bioloog iets wilt weten over potvissen begin je natuurlijk bij Moby Dick. Het wereldberoemde avonturenverhaal van Herman Melville is doorspekt met allerlei informatie over de walvisvaart en de biologie van potvissen. Melville heeft hele hoofdstukken over de ogen van de walvis, het walschot in het spermaceti-orgaan, waarom Moby Dick wit is, en alle trucs die ze uithaalt om haar achtervolgers te slim af te zijn. Ik las het boek toen ik al studeerde, anders was het zeker een reden geweest om te kiezen voor biologie.

“Wij zitten allemaal op de Pequod” zei Jeff Harvey, bijzonder hoogleraar natuurbeheer bij de faculteit Biologie van de VU. Hij refereerde aan het schip waarop Ishmael, de ik-persoon van Moby Dick, en de krankzinnige kapitein Achab met zijn bemanning, huizen. Het loopt niet goed af met de Pequod. Achab is overmoedig want een waarzegster heeft hem gezegd dat hij zeker aan een touw om het leven zal komen. “Only hemp can kill me!” roept hij, denkend aan een strop. Op zee denkt hij veilig te zijn. Maar Moby Dick weet kapitein Achab te wurgen met het touw van zijn harpoen. Vervolgens beukt ze een gat in het schip, dat met man en muis vergaat, behalve de ik-figuur die op wonderbaarlijke wijze gered wordt doordat hij zich kan vastklampen aan de waterdichte doodskist die zijn vriend op het schip voor hemzelf gemaakt had.

Volgens Harvey staat de Pequod symbool voor de aarde en voor de desastreuze manier waarop we omgaan met haar natuurlijke hulpbronnen. We zijn gegijzeld door de expeditie van een krankzinnige die denkt dat het goed afloopt, maar we hebben alles achter ons gelaten en we zijn gedoemd om het te verliezen van de majestueuze biologie, Moby Dick.

Zo’n boek wil je keer op keer herlezen. Elke keer ontdek je weer iets nieuws en je kennis over potvissen groeit. Maar wat ik tot voor kort niet wist is dat Herman Melville ook geschreven heeft over de Galapagos-eilanden, de plek die Charles Darwin aandeed tijdens zijn reis met de Beagle. Melville en Darwin waren nota bene tijdgenoten! Het korte verhaal van Melville over de Galapagos dateert van 1854, toen Darwin al terug was van zijn omzwervingen en zich voorbereidde op de publicatie van zijn “Origin of Species”. Misschien heeft Darwin uit belangstelling voor potvissen Moby Dick gelezen? Walvissen zijn een uitmuntend voorbeeld van evolutionaire aanpassing omdat ze relatief recent zijn afgesplitst van de evenhoevige zoogdieren. Maar in Darwins boeken staat nergens een verwijzing Moby Dick. Darwin lijkt me ook niet iemand die het avonturenverhaal van Melville, vol symboliek en verwijzingen naar de Bijbel, zou waarderen. Maar omgekeerd verwijst Melville wel naar Darwin. In een voorloop-hoofdstuk van Moby Dick, getiteld “Uittreksels” voert Melville een hulpbibliothecaris op die een lijst heeft gemaakt van uitspraken over walvissen door bekende personen. Hij noemt ook het reisverslag van Darwin en citeert daarbij een specifieke scene. Na wat zoeken vond ik de passage terug in “The Voyage of the Beagle”. Op 28 januari 1833 zag Darwin, voor de kust van Vuurland, twee naast elkaar zwemmende potvissen; monsters noemde hij ze, en dat kwam Melville natuurlijk goed uit.

Maar het grote verschil tussen Darwin en Melville is dat Darwin op de Galapagos inspiratie opdeed voor zijn evolutietheorie en de eilanden waardeerde vanwege de verschillende diersoorten die erg vergelijkbaar waren, maar er op elke eiland toch weer ietsje anders uitzagen. Melville daarentegen heeft het over “The Encantadas”, de betoverde eilanden. “Vijfentwintig sintelhopen vergroot tot bergen in de zee”, noemt hij ze. In zijn korte verhaal beschrijft hij zijn grote afkeer van de rotsformaties waar alleen ontaarde dieren op leefden zoals de gedrochten van zeeleguanen en reuzenschildpadden. Hij vond de Galapagoseilanden de meest desolate plek op aarde en de dieren erop waren kennelijk gedoemd tot een bestaan in de hel.

Twee mannen hadden beiden een hart voor de biologie en schreven een wereldberoemd boek, maar hoe verschillend! Wij kunnen van beiden genieten.

Facebook Comments